Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2022.

Gepubliceerd op 20-03-2021

punt

betekenis & definitie

1) (1914) (sold.) adjudant-onderofficier. Naar de zilveren of gouden punt of stip op zijn kraag. Vermeld door Van Ginneken.

• (Jac. van Ginneken: Handboek der Nederlandsche taal. Deel II. De sociologische structuur der Nederlandsche taal. 1914)

2) (1906) (Barg.) bochel.

• Punt: bochel. (Köster Henke: De boeventaal. 1906)
• (E.G. van Bolhuis: De Gabbertaal. 1937)
• (Paul van Hauwermeiren: Bargoens. Vijf eeuwen geheimtaal van randgroepen in de Lage Landen. 2020)

3) (1975) (inf.) mannelijk geslachtsdeel.

• (Hans Heestermans: Erotisch Woordenboek. 1980)