Wat is de betekenis van precies?

2026-01-19
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Precies

(<Fr.-Lat.), bn. bw. (...zer, -t), 1. juist, nauwkeurig: precies te vijf uren; ze begrepen het niet altijd precies; 2. nauwlettend : die man is wat precies; — zelfst. (hist.) de preciezen, de strenge Calvinisten, tgov. de rekkelijken; 3. (elliptisch voor dat zegt gij precies) inderdaad: precies, dat be...

Wil je de volledige toegang tot alle 20 resultaten?

Word vriend

Of oriënteer eerst en blader door onze categorieën


Studenten en medewerkers van onderstaande onderwijsinstellingen hebben gratis toegang

Universiteit Leiden University of Amsterdam Universiteit Utrecht
2026-01-19
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

precies

precies - bijvoeglijk naamwoord, tussenwerpsel uitspraak: pre-cies 1. zonder afwijkingen naar boven of beneden ♢ deze plank is precies twee meter 1. dat is precies hetzelfde [helemaal gelijk]...