Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 30-11-2017

precies

betekenis & definitie

precies - bijvoeglijk naamwoord, tussenwerpsel
uitspraak: pre-cies

1. zonder afwijkingen naar boven of beneden
deze plank is precies twee meter
1. dat is precies hetzelfde
[helemaal gelijk]
2. met veel aandacht en op de kleine dingen lettend
♢ ze is erg precies met haar huiswerk

1. om aan te geven dat het zo is of dat je dat ook vindt
♢ precies! dat vind ik nou ook!

Algemene uitdrukkingen:
1. is dat Herman? Precies!
[dat heb je goed geraden]
Bijvoeglijk naamwoord: pre-cies
... is preciezer dan ...
de/het precieze ...

Synoniemen
exact, juist, minutieus, nauw, nauwgezet, nauwkeurig, pal, stipt

Tegenstellingen
grof, nonchalant, slordig

Tussenwerpsel: pre-cies

Synoniemen
inderdaad, jawel, jazeker