Synoniemen van Plas

2019-12-05

Plas

de Grote - informele ben., al daterend uit de 18de eeuw, voor de Atlantische Oceaan. Oorspr. in het slang van zeelui. Vgl. Engels the Pond;Duits das Grosse Wasser. Wie Grote Plas schrijft, als hij Atlantische Oceaan bedoelt, zegt ‘doei’ aan het slot van een telefoongesprek. (Henk Spaan: Kermis op de dam, 1983) Het Beloofde Land aan de overkant van de Grote Plas... (J.A. Deelder: Modern Passé, 1988)

2019-12-05

plas

De vloeistof die de nieren maken en die je uitplast. Plas wordt daarna in de blaas (urineblaas) opgeslagen. Om de paar uur plas je die voorraad uit (urineren, plas/urine lozen, dokterstaal: mictie). Plas bevat naast water afvalstoffen van de stofwisseling, vooral zouten en de stof ureum. Galkleurstoffen zorgen voor de gele kleur. Dat is dezelfde kleur die poep bruin maakt. Ook urine.

2019-12-05

plas

plas - zelfstandig naamwoord 1. wat regenwater dat is blijven liggen ♢ voorzichtig dat je niet in die plas stapt! 2. hoeveelheid vloeistof ♢ er lag een plasje melk op de tafel 3. groot water, dat niet stroomt, omgeven door land ♢ we kampeerden aan een grote plas

  • 2019-12-05

    Plas

    Plas m. (-sen), ruimte, met water of ander nat bedekt: een plas water; in de plassen loopen; de plassen blijven op het land staan; een plas bloed; — (gew.) het land ligt plas, staat even onder water; — een door uitvening ontstane poel: de Hollandsche en Friesche plassen; de droogmaking onzer plassen; — (fig., dicht.) de wijde plas, de groote plas, de zee. PLASJE, o. (-s).

    2019-12-05

    Plas

    Plas - Op de Zuidhollandsche benedenrivieren zeer gebruikelijke benaming voor jonge elft en fint.