Wat is de betekenis van Plaatselijk?

2024-02-24
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

plaatselijk

plaatselijk - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: plaat-se-lijk 1. op een bepaalde plek ♢ het was een plaatselijke bui Bijvoeglijk naamwoord: plaat-se-lijk de/het plaatselijke ... iets plaa...

2024-02-24
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Plaatselijk

adj., pleatslik.

2024-02-24
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Plaatselijk

bn. bw., 1. betrekking hebbend op de of een plaats: plaatselijke aanduidingen; — ter plaatse verricht wordende: een plaatselijk onderzoek; — bw., iets plaatselijk onderzoeken; 2. beperkt tot een bep. plaats: het onweer was slechts plaatselijk; — de plaatselijke gesteldheid; — bw., op enkel...

2024-02-24
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

plaatselijk

1 bn. (1 betrekking hebbende op een plaats, op een bepaald deel der ruimte; 2 tot een zekere plaats zich bepalende; 3 van een plaats of gemeente): 1 een plaatselijk onderzoek; 2 het onweer was slechts plaatselijk; een plaatselijk gebrek, aan een of ander lichaamsdeel; plaatselijke keuze, wettelijke regeling, waardoor de inwoners het recht krijgen b...

Wil je toegang tot alle 7 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-02-24
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

plaatselijk

('pla:tsslək) bn. en bw. 1. van, betreffende, voorkomend op een plaats, een stad, dorp enz.: het onweer was slechts -; -e biezonderheden, omstandigheden; een feest; een -e tentoonstelling; een belang; -e kennis; een stelsel van -e keuze; de -e tijd; het komitee; het bestuur, gezag; -e bevelen, verordeningen; -e middelen, inkomsten, uitgaven; -...

2024-02-24
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

plaatselijk

bn. en bw., 1. betrekking hebbend op de of een plaats: plaatselijke aanduidingen; ter plaatse verricht wordend: een onderzoek; 2. beperkt tot een bepaalde plaats: het onweer was slechts plaatselijk; m.n. zich tot een enkele plaats van het lichaam bepalend: een gebrek; bw.: iets plaatselijk behandelen, verdoven; 3. eigen aan een bepaalde plaats (sta...

2024-02-24
Groot woordenboek der Nederlandsche taal

J.H. van Dale (1898)

Plaatselijk

Plaatselijk bn. bw. van eene plaats, eene gemeente: het plaatselijk bestuur; de plaatselijke bevelhebber, commandant; plaatselijke verordeningen, gemeente-verordeningen; plaatselijke goederen, die eene gemeente toebehooren; de plaatselijke gesteldheid; — wat aan eene plaats bijzonder eigen is: plaatselijke gewoonten en gebruiken; — (ge...