Wat is de betekenis van papa?

2018
2021-01-21
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

papa

papa - zelfstandig naamwoord uitspraak: pa-pa 1. man die een of meer kinderen heeft ♢ waar is je papa? Zelfstandig naamwoord: pa-pa de papa de papa's het pa...

Lees verder
1973
2021-01-21
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

papa

[Fr.], aanspreekwoord en zn. m. (-’s), vader.

1950
2021-01-21
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Papa

(Fr.), m. (-’s), vader: hij is papa geworden, hij heeft een kind gekregen.

1948
2021-01-21
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

papa

vader; (It.) m. Paus.

1937
2021-01-21
Scholastiek Lexicon

Latijns-Nederlandsch

PAPA

Paus.

1916
2021-01-21
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Papa

Papa - (van Gr. πάππας, vader), in de Grieksche kerk de titel van alle, vooral hooger geplaatste geestelijken; in de Roomsche kerk officiëele Latijnsche titel van den paus.

1914
2021-01-21
De vreemde woorden

De vreemde woorden, verklarend woordenboek door Fokko Bos.

papa

papa - m., vader; Paus.

1898
2021-01-21
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Papa

Papa, PA m. (-’s), vader; hij is papa geworden, hij heeft een kind gekregen; — in de Grieksche kerk de titel voor hooge geestelijken; paus.

Lees verder