2019-11-20

opknappen

opknappen - regelmatig werkwoord uitspraak: op-knap-pen 1. het (volgens plan) maken of doen ♢ laat je hem dat vervelende karwei opknappen? 1. een bepaalde tijd opknappen [in de gevangenis doorbrengen] 2. weer in orde maken ♢ zij knapt die oude meubels prachtig op...

2019-11-20

opknappen

Waardevoller worden. Een matige hand kan tijdens het bieden ‘opknappen’ doordat bijvoorbeeld de partner een kleur biedt waarin men lengte of plaatjes bezit.

2019-11-20

Opknappen

Opknappen (knapte op, heeft en is opgeknapt), schoonmaken, redderen, opschikken, beter in orde brengen : gij moet de kamer nog wat opknappen; — ik zal mij gauw wat opknappen, beter kleeden; — herstellen, beter maken: hij heeft het huis eerst wat laten opknappen, voor hij het verkocht heeft; — zijn hoed laten opknappen, vermaken of nieuw opmaken; — een glas wijn zal je opknappen, doen herstellen; — dat zaakje zal hij wel opknappen, beredderen, in orde brengen; — beter worden : de ziek...

2019-11-20

opknappen

2 jantjes opknappen, 2 jaar in de gevangenis zitten.