Wat is de betekenis van opgeblazen?

2018
2022-01-21
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

opgeblazen

opgeblazen - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: op-ge-bla-zen 1. het bevat zoveel dat er niets bij kan ♢ na het eten had ik een opgeblazen gevoel 2. wie denkt dat hij beter is dan anderen ♢ wat ee...

Lees verder
1990
2022-01-21
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

opgeblazen

opgeblazen - Het uit elkaar laten springen van gesteenten of massa's van andere harde materialen met behulp van explosieven.

1973
2022-01-21
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

opgeblazen

bn. (-er, -st), 1. gezwollen: wangen; 2. (fig.) trots, hoogmoedig, verwaand: een opgeblazen gek.

Lees verder
1952
2022-01-21
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Opgeblazen

adj., opset, grou, pûstich, blastich; (van gelaat), opdreaun, opdrachtig, poffich; — en lusteloos, mammoftich.

1950
2022-01-21
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Opgeblazen

bn., 1. gezwollen: opgeblazen wangen; 2. (fig.) trots, hoogmoedig, verwaand: een opgeblazen gek; uiv opgeblazen waan.

Lees verder
1937
2022-01-21
Koenen

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

opgeblazen

bn. (1 opgezet, dik, met lucht opgevuld, 2 verwaand): 1. opgeblazen wangen; 2. fig. een opgeblazen mens. Opm. Als bn. dat een blijvende eigenschap uitdrukt: opgeblazen.

Lees verder
1898
2022-01-21
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Opgeblazen

Opgeblazen bn. gezwollen: hij ziet er opgeblazen uit van de verkoudheid; —, bn. bw. (-er, -st), (fig.) trotsch, hoogmoedig, verwaand: een opgeblazen gek. OPGEBLAZENHEID, v.

Lees verder
1898
2022-01-21
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Opgeblazen

zie Hoogmoedig.