Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 22-11-2018

Opgeblazen

betekenis & definitie

Opgeblazen bn. gezwollen: hij ziet er opgeblazen uit van de verkoudheid;

—, bn. bw. (-er, -st), (fig.) trotsch, hoogmoedig, verwaand: een opgeblazen gek. OPGEBLAZENHEID, v.