Wat is de betekenis van Oordje?

1980
2021-06-13
Van aalmoes tot zwijntjesjager

Geschreven door Dr. E. Schröder, 1980

Oordje

In zegswijzen als: hij kijkt of hij z’n laatste oortje versnoept had en: hij ligt daar voor een oortje thuis, pleegt men het woord waarover wij het hebben, met een t te schrijven. Dat is heel begrijpelijk, want de verwantschap met het woord oord wordt in het geheel niet meer gevoeld. Toch is die familieband vrij nauw. In de Middeleeuwen waren...

Lees verder
1950
2021-06-13
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Oordje

o. (-s), verkl. van Oord (II), in N.-Ned., waar het verband met het grondwoord zo goed als niet meer wordt gevoeld, meestal oortje geschreven; (zegsw.) hij kijkt of hij zijn laatste oord je versnoept heeft, hij zet een bedremmeld gezicht; — (Zuidn.) hij zou een oordje in vieren bijten, hij is zeer vrekkig : — (Zuidn.) ieder oordje breng...

Lees verder
1919
2021-06-13
uitdrukkingen

Woorden en uitdrukkingen verklaard

Oordje

vroeger koperen geldstuk van 1/4 stuiver. Nog over in: geen oordje waard zijn, een oordje in tweeën bijten (zeer zuinig zijn), geen oordje ergens voor geven. Voor een oordje thuis liggen, enz.

Lees verder