2019-11-21

onaanzienlijk

onaanzienlijk - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: on-aan-zien-lijk 1. niet erg indrukwekkend ♢ ze wonen in een onaanzienlijk huisje 1. een niet onaanzienlijk salaris [een behoorlijk salaris] Bijvoeglijk naamwoord: on-aan-zien-lijk ... is onaanzienlijker dan ... het o...

2019-11-21

Onaanzienlijk

Onaanzienlijk bn. bw. (-er, -st), (van pers.) niet in aanzien zijnde, tot de lagere standen behoorende: eene niet onaanzienlijke familie; (van straten, buurten, wijken enz.) niet door personen van aanzien bewoond, niet dienende als woonplaats voor de hoogere standen: ’t is wel geen deftige stand, maar toch ook geen geheel onaanzienlijke buurt; — (van ambten, betrekkingen enz.) geen aanzien gevende, niet aanzienlijk makende, gering: een gansch niet onaanzienlijken rang in de maatschappij bekl...