Synoniemen van Modus

2019-09-22

Modus

De modus is het getal met de hoogste frequentie uit een serie waarnemingen. Het is dus de waarde of klasse die het vaakst voorkomt. Naast de modus zijn er ook nog twee andere centrale waardes die vaak gebruikt worden. Dit zijn de mediaan en het gemiddelde. Het is vooral handig om de modus te bepalen wanneer de meet- of waarnemingsresultaten zich spreiden rond één centrale waarde. Wanneer de verdeling symmetrisch is opgesteld, ligt de modus vlak bij het gemiddelde en de mediaan. Dit is echter n...

Lees verder
2019-09-22

Modus

Modus (Lat . modus, maat) is de verzameling tonen die geen majeur- of mineurtoonladder vormt. Het kan gaan om een kerktoonladder, maar ook in de jazz komen modi voor. In de Middeleeuwen werd de term ook gebruikt voor de verhouding tussen longa en brevis (twee- of driedelige 'maatsoort'), ritmische patronen en later voor intervallen en kerktoonladders. Ook niet-westerse toonladders worden vaak met de term aangeduid.

Lees verder
2019-09-22

Modus

De modus van een reeks waarnemingen is de waarde die het meest frequent voorkomt.

2019-09-22

modus

De waarde van een variabele die het meest voorkomt.

2019-09-22

modus

Centrummaat; meest voorkomende meetwaarde.

2019-09-22

Modus

Beschrijvende centrummaat: de score die in een frequentieverdeling het meest voorkomt.

2019-09-22

modus

modus - Zelfstandignaamwoord 1. wijze, manier 2. (grammatica) grammaticaal|grammaticale categorie waarmee de relatie wordt aangegeven tussen een werkwoord en de werkelijkheid 3. (filosofie) hoedanigheid, toestand of wijziging van iets 4. (informatica) een 'toestand' waarin een computerprogramma of gebruikersinterface zich kan bevinden 5. (juridisch) last, verplichting 6. (muziek) toonladder als schema voor de vorming van een melodie 7. (statistiek) binnen een frequentieverdeling va...

Lees verder
2019-09-22

modus

modus - zelfstandig naamwoord uitspraak: mo-dus 1. hoe het gebeurt of hoe je het moet doen ♢we hebben een modus gevonden om de samenwerking voort te zetten 2. een van de vier wijzen van het werkwoord (grammatica) ♢de gebiedende wijs is een van de modi van het werkwoord Zelfstandig naamwoord: mo-dus de...

Lees verder
2019-09-22

Modus

Een statistische maat van centrale tendentie die de waarde weergeeft die het meest voorkomt bij een reeks van waarnemingen (onderzoeksjargon).

2019-09-22

Modus

Modus m. wijze, manier; (taalk.) wijze van het werkwoord; — een modus vivendi, voorloopige schikking tusschen twee strijdende partijen.

2019-09-22

Modus

Modus - (Lat.), meervoud: modi, maat, wijze, manier, trant; M. vivendi: levenswijze, verder: schikking tusschen twee strijdende partijen om het verschil voorloopig te laten rusten; (b.v. in de Ned. Herv. Kerk, poging om de verschillende kerkelijke richtingen in één kerkverband vreedzaam te doen samenleven, meermalen beproefd, laatstelijk door de theol. hoogleeraren te Utrecht, die een voorstel bij de Synode aanhangig hebben gemaakt, dat in 1916 voorloopig aangenomen, in 1917 is verworpen en la...

Lees verder
2019-09-22

Modus

Modus - wijze, aard, maat, vorm.

2019-09-22

modus

modus - m. wijze, manier; (taalk.) veranderlijke vorm van het werkwoord

2019-09-22

modus

modus - m., wijze, manier; veranderlijke vorm van het werkwoord.

2019-09-22

Modus

1° (gramm.) ➝ Wijs. 2° (Muziek) Toonladder als schema voor de vorming eener melodie. ➝ Gregoriaansche zang.

Lees verder
2019-09-22

modus

(Lat.) m. wijze, manier; gram. voorstellingswijze van de handeling uitgedrukt door het werkwoord; last, lastbepaling, verplichting; M.E. toonsoort.