Synoniemen van minus

2019-12-05

minus

minus - bijwoord uitspraak: mi-nus 1. teken waarmee je aangeeft dat een getal moet worden afgetrokken van een ander getal ♢100 minus 20 is 80 Bijwoord: mi-nus Synoniemen min, minteken Tegenstellingen plus [2]

2019-12-05

minus

minus - Bijwoord 1. verminderd met, zonder Vrienden zijn meestal geweldig, en als ze een relatie hebben zijn ze ook geweldig minus een half jaar: de eerste drie maanden van de verkering zijn ze irritant gelukkig en de laatste drie maanden van de verbintenis moet je ze dagelijks opvegen. minus - Zelfstandignaamwoord 1. (economie) negatief saldo 2. (wiskunde) symbool om een negatieve waarde of een aftrekking aan te geven...

2019-12-05

Minus

Minus bw. min (aangeduid door het teeken —); plus minus, meer of minder (aangeduid door het teeken ±), ongeveer.

2019-12-05

Minus

Vekorting van Dominicus (westelijk Noord-Brabant) of mannelijke vorm van Mina.

2019-12-05

Minus

Minus, - min (Lat. minder), in de rekenkunde term ter aanduiding van de bewerking der aftrekking. Het teeken voor m., minteeken of minusteeken genoemd, is -; 10-3, lees 10 minus 3 of 10 min 3. Het minteeken wordt ook gebruikt om een negatief getal aan te duiden; -7 beteekent het negatieve getal, waarvan de volstrekte waarde 7 is.

2019-12-05

minus

minus, - zie minor.

2019-12-05

Minus

Minus - minder, het tegendeel van plus.

2019-12-05

minus

minus - bijw. min (aangeduid door het teeken -); plus minus, meer of minder (aangeduid door het teeken ±)

2019-12-05

minus

minus - min; „een minus”: een tekort; het minderteeken.

2019-12-05

minus

(Lat.) min; een ~, een tekort; minteken; —.