Wat is de betekenis van minuscuul?

2019
2022-12-04
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

minuscuul

minuscuul - Bijvoeglijk naamwoord 1. zeer klein Het membraan laat alleen minuscule deeltjes door. Ze droeg een bikini met een minuscuul bovenstukje.

Lees verder
2018
2022-12-04
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

minuscuul

minuscuul - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: mi-nus-kuul 1. heel klein, bijna onzichtbaar ♢er zaten minuscule vlekjes op de stropdas Bijvoeglijk naamwoord: mi-nus-kuul ... is minusculer dan ... ...

Lees verder
1994
2022-12-04
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Minuscuul

[Fr. minuscule, van Lat. minusculus = nogal klein, verklw. van minor, zie mineur] zeer klein.

1993
2022-12-04
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Minuscuul

(minuskuul) zeer klein

1955
2022-12-04
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Minuscuul

buitengewoon klein

1950
2022-12-04
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Minuscuul

(<Fr.), bn. bwr., zeer klein: minuscuul schrift, minuscule vliegjes.

1948
2022-12-04
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

minuscuul

buitengewoon klein; ~, m. kleine letter.

1937
2022-12-04
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

minuscuul

bn., bw.; Fr. (Lat. minusculus): zeer klein; minuscule letters; minuscuul klein.

1930
2022-12-04
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

minuscuul

→ minuskuul.

1914
2022-12-04
De vreemde woorden

De vreemde woorden, verklarend woordenboek door Fokko Bos.

minuscuul

minuscuul - buitengewoon klein.