Wat is de betekenis van Met den handschoen trouwen?

1925
2022-12-08
Nederlandse spreekwoorden

Nederlandse spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden (1923-1925) door F.A. Stoett

Met den handschoen trouwen

D.i. bij afwezigheid van den bruidegom met een vanwege dezen met volmacht bekleed persoon trouwen; eene herinnering aan den tijd, toen men eene bevoegdheid aan iemand kon overdragen door hem zijn handschoen te zenden (Grimm, Rechtsalterth. 154). De oorspr. beteekenis gevoelt men thans niet meer, daar men de uitdr. nu opvat als: niet met ontbloote h...

Lees verder
1921
2022-12-08
Levende taal

T. Pluim - 1921

Met den handschoen trouwen

het sluiten van een huwelijk, waarbij de afwezige bruidegom zich door een gevolmachtigde laat vertegenwoordigen. Oudtijds was nl. een handschoen het zinnebeeld van een overgedragen bevoegheid of volmacht.