Wat is de betekenis van Matras?

2018
2020-11-29
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

matras

matras - zelfstandig naamwoord uitspraak: ma-tras 1. dikke verende laag op een bed ♢op het ledikant ligt een zachte matras Zelfstandig naamwoord: ma-tras de of het matras de matrassen...

Lees verder
2017
2020-11-29
Prostituees en pooiers

Jargon & Slang van Prostituees en pooiers

Matras

Matras - een promiscue vrouw. Vnl. in soldaten- en studentenkringen.

2008
2020-11-29
Atletiek- en turnwoordenboek

Atletiek- en turnwoordenboek door Jan Luitzen

matras

(het & de; -sen) GY - veerkrachtige, verplaatsbare dikke mat, die als beveiligende onderlaag dient bij (het aanleren van) grond- en springoefeningen (Vlaams: valmat).

2007
2020-11-29
Scheldwoordenboek

Geschreven door Marc de Coster © 2007

Matras

meisje of vrouw die met iedere man naar bed gaat; hoer. In het homojargon gebruikt voor een homo die promiscue is. In de (Vlaamse) studententaal een clubmatras genoemd, terwijl Vlaamse soldaten over een vrouwelijke beroepsmilitair spreken als een matras. Vgl. het Duitse slangwoord Matratze in dezelfde betekenis. In een recensie van Joost Zwagerman...

Lees verder
1973
2020-11-29
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

matras

[Oudfr.], v./m. (-sen), 1. onderbed, draaglichaam in bed, te onderscheiden in onderen bovenmatras (e); bij verkorting ook ondermatras, resp. bovenmatras, beddezak: springveren—, ondermatras van gevlochten staaldraad, een harde -; een op de grond leggen als kermisbed;2. onderlaag; 3. (vezelspinnerij) →lap. (e) De combinatie van onderen b...

Lees verder
1948
2020-11-29
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

matras

v. 1 ouderwetse bewaarschoolhoudster; 2 liefje, bijzit (maitresse).

1933
2020-11-29
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Matras

Onderdeel van een bed, waarvan de bedoeling is een goede ligging te verzekeren. De m. moet veerkrachtig en niet te zacht zijn, daar anders de spieren niet voldoende rusten, het lichaam niet kan uitwasemen, en men te warm ligt, wat transpireeren en hoofdpijn tot gevolg kan hebben. Men onderscheidt: 1° De spiraalen staaldraadmatrassen. Zij verva...

Lees verder
1898
2020-11-29
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Matras

Matras v. (-sen), onderbed eene matras van stroo, van zeegras, van kapok; eene springveeren matras; (waterbouwk.) bij de fundeering eener sluis legt men onder den bodem der kist eene matras van mos, eene dikke laag mos; — (spinn.) (bij het kaarden van wol) de dikke laag die op den oproller wordt gewonden.

Lees verder