Mad
o., 1. (gew.) maaiersterm : de strook grond di achtereenvolgens door de zwaai van een zeis wordt gemaaid, het afgemaaide gedeelte tussen twee zwaden; 2. als landmaat : zoveel land als één maaier op één dag kan maaien ; — (spr.) hij kan zijn mad wel maaien hij is een geducht eter ; het mad af hebben, voor die dag ni...