Wat is de betekenis van kostuum?

2020
2021-08-04
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

kostuum

Het begrip kostuum heeft 5 verschillende betekenissen: 1) kleding voor een bepaalde gelegenheid. kleding die iemand draagt, meestal bij een bepaalde gelegenheid. Wordt meestal gebruikt als een overkoepelende benaming. 2) verkleedkleding. kleding die wordt gedragen als iemand zich verkleedt, bijvoorbeeld in een toneelrol, bij e...

Lees verder
2019
2021-08-04
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

kostuum

kostuum - Zelfstandignaamwoord 1. (kleding) de kleding van iemand die bij een bepaalde activiteit, een ambt of een toneelrol hoort Wat een mooi kostuum heb je aan! 2. (kleding) een stel kleren, een jas, een broek en een vest voor mannen We moesten daar in kos...

Lees verder
2018
2021-08-04
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

kostuum

kostuum - zelfstandig naamwoord uitspraak: kos-tuum 1. broek met jasje voor mannen ♢ hij droeg een keurig kostuum Zelfstandig naamwoord: kos-tuum het kostuum de kostuums ...

Lees verder
2002
2021-08-04
Lexicon voor de kunstvakken

Verklaringen van woorden die gebruikt worden in teksten over kunst.

kostuum

Een kostuum is: 1) de kleding die hoort bij een bep. rol in het theater; bij dans (1) bijv. maillot, tutu, academique; wordt door de kostuumontwerper voor een bep. choreografie ontworpen; het kostuumontwerp is onderdeel van het scenografische ontwerp bij een choreografie; 2) een stel kleren, bijv. voor mannen: jas, broek, vest.

1993
2021-08-04
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Kostuum

(costuum) pak; ambts- of toneelkleding

1990
2021-08-04
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

Kostuum

Kostuum - De hiërarchie Kleding bevat descriptoren voor objecten die worden gedragen om warmte of bescherming te bieden, als verfraaiing of voor symbolische doeleinden. De hiërarchie bevat descriptoren voor kledingstukken die als hoofdelement van de kleding worden beschouwd (bijvoorbeeld 'overhemden' of 'broeken'), des...

Lees verder
1981
2021-08-04
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

Kostuum

1. kleding die door zede en gebruik in een bepaald land of voor zekere stand wordt voorgeschreven. Historische kostuums tonen wat in bepaalde tijdperken of eeuwen algemeen gedragen werd door de verschillende standen, voor bepaalde gelegenheden. Men kent ze van prenten en schilderijen; sommige musea hebben er een collectie van. In tegenstelling tot...

Lees verder
1977
2021-08-04
ballet

ABC van het Ballet encyclopedie

Kostuum

Een balletkostuum moet aan een aantal voorwaarden voldoen. Het mag niet zwaarder wegen dan strikt noodzakelijk is. Het mag de lijn van de danser niet breken, noch in beweging, noch in stilstand; het mag niet hinderen tijdens de bewegingen. Het moet uitgevoerd zijn in de stijl van het decor en van de algemene geest van het ballet. Het kostuum moet d...

Lees verder
1952
2021-08-04
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Kostuum

s.n., kostúm (it).

1950
2021-08-04
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Kostuum

(<Fr.), o. (-s), 1. kleding waarin men zich vertoont: ’s zomers lopen de heren in luchtig kostuum ; — (inz.) de bijzondere kleding die behoort bij een ambt of bij een toneelrol: de kostuums voor deze opvoering zijn ontworpen door N.; een repetitie in kostuum, waarbij de toneelkleding die bij de rollen hoort gedragen wor...

Lees verder
1916
2021-08-04
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Kostuum

Kostuum - (Ital. costume, gewoonte, gebruik), kleederdracht in bepaalde tijden en landen in gebruik (zie MODE). De omvang van de stof dwingt tot beperking n.l. tot de geschiedenis der kleederdracht van de z.g. beschaafde volken, zelfs met weglating van het boerenkostuum (Indië en Oost-Azië dienen afzonderlijk te worden behandeld) en bovendien nog t...

Lees verder
1898
2021-08-04
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Kostuum

Kostuum o. (-s), ...turnen, ...tumes, ambtskleeding, plechtgewaad; volksdracht; tooneelkleeding; een pak kleeren voor mannen: jas, broek en vest; dameskleeding, japon: kostuum voor jongeheeren; in kostuum (zonder mantel) gaan wandelen. KOSTUUMPJE, o. (-s).

Lees verder
1870
2021-08-04
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Kostuum

Kostuum, van het Italiaansche woord costuma, in het Fransch costume, beteekent in het algemeen het eigenaardige en algemeen heerschende in zeden en gewoonten. In regten beduiden kostumen derhalve zoodanige regten en verpligtingen, die door langdurig bestaan geldigheid hebben verkregen, en in het dagelijksch leven is een kostuum hetzelfde als een ge...

Lees verder