Wat is de betekenis van knauwen?

2019
2021-01-26
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

knauwen

knauwen - Werkwoord 1. (inerg) ~ op iets trachten door te bijten De hond knauwde op een bot.

Lees verder
1973
2021-01-26
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

knauwen

(knauwde, heeft geknauwd), 1. (ono verg.) sterk kauwen, met krachtige bewegingen op iets bijten om het fijn te maken of er stukjes af te halen: zoethout, op spekzwoerd —; op of aan een been ; 2. (overg.) (fig.) met betrekking tot licha melijke, zedelijke of maatschappelijke welstand: ernstig treffen, verzwakken, knakken: die teleurstelling h...

Lees verder
1950
2021-01-26
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Knauwen

(knauwde, heeft geknauwd), 1. sterk kauwen, met krachtige bewegingen op iets bijten om. het fijn te maken of er stukjes af te halen: zoethout, stokvis knauwen ; op of aan een been knauwen; 2. (oneig.) beschadigen, schade toebrengen aan; — slaan, toetakelen: als hij onder mijn handen komt, zal ik hem knauwen; &md...

Lees verder
1898
2021-01-26
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Knauwen

KNAUWEN, (knauwde, heeft geknauwd), kauwen om uit te zuigen; knagend kauwen zoethout knauwen; aan een been knauwen; zijne nagels knauwen, afbijten; bederven, vernielen: gij hebt uw hoed geducht geknauwd; die verdenking knauwt hem, benadeelt zijn gezondheid; veel schade veroorzaken; (fig.) slaan, toetakelen: als hij onder mijne handen komt, zal...

Lees verder
1898
2021-01-26
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Knauwen

zie Kluiven.