Wat is de betekenis van klinken?

2019
2022-10-03
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

klinken

klinken - Werkwoord 1. absoluut een bepaald geluid (klank) voortbrengen Die kerkklok klinkt heel helder. 2. (inerg) een glas tegen dat van een ander stoten bij een heildronk, proosten graag willen we samen met u klinken 3. (ov) met klinknagels...

Lees verder
2018
2022-10-03
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

klinken

klinken - onregelmatig werkwoord uitspraak: klin-ken 1. een geluid laten horen ♢ zijn stem klinkt verkouden 1. dat plan klinkt leuk [het lijkt een leuk plan] 2. ...

Lees verder
2002
2022-10-03
Lexicon voor de kunstvakken

Verklaringen van woorden die gebruikt worden in teksten over kunst.

klinken

Klinken is een techniek bij de verwerking van metaal (1); twee platen van metaal worden vast met elkaar verbonden door een cylindervormige pen (2), de z.g. klinknagel; de bewerking bestaat uit het vervormen o.i.v. druk en/of warmte van een van de uiteinden van de pen.

1973
2022-10-03
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

klinken

(klonk, heeft geklonken), 1. als (zijn) ge luid een heldere, althans goed waarneembare klank voortbrengen of geven: er klinkt een luid gejuich; als een klok, luid, ver in het rond; (overdr.) aanzien lijk, niet gering, niet mis zijn; holle vaten het luidst (meest), (fig.) mensen met weinig verstand hebben de meeste praats; ook pregn. voor luid of...

Lees verder
1971
2022-10-03
Watersport A-Z

Watersport A-Z, Kramer (1971)

Klinken

Klinken - het aan elkaar verbinden van onderdelen door middel van klinknagels. In de staalbouw is het klinken bijna verdrongen door het lassen. → Overnaads gebouwde houten rompen worden meestal nog geklonken. De klinknagels zijn doorgaans van zacht keper; ze worden van buiten naar binnen door een voorgeboord gat geslagen. Aan de binnenzijde wo...

Lees verder
1952
2022-10-03
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Klinken

v., klinke, klonk, klonken; (van vaten enz.), beare; met de glazen —, oanstjitte; — (vastslaan) op, klinke op, biklinke; (van bellen), belderje; vreemd in de oren —, nuver oanhearre.

1949
2022-10-03
De Kleine Winkler Prins

Encyclopedie van A tot Z - 1949

Klinken

(Klinkverbinding), verbinding van twee of meer metalen delen, zoals platen of profielijzers, door in de opeenliggende delen een of meer rijen zuiver cylindrische, doorlopende gaten aan te brengen, in elk waarvan een stift, de klinknagel, warm of koud dusdanig wordt gestuikt, dat het gat volkomen wordt gevuld en de stift aan beide zijden een kop kri...

Lees verder
1939
2022-10-03
Humoristisch woordenboek

Amusant-Zorgenverdrijvend Woordenboek (De Kolibri)

Klinken

Het aanstoten, waar niemand aanstoot aan neemt.

1937
2022-10-03
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

klinken

I. klonk, h. geklonken (1 een heldere klank geven; 2 een klank hebben; 3 luiden): 1. -de munt, z. ald.; met de glazen klinken; 2. zijn stem klinkt helder; fig. die verzen klinken goed, zijn aangenaam om te horen; deze d klinkt als t; 3. dat klonk al heel anders; II. klonk, h. geklonken (door kloppen vastslaan; vastsmeden; van een bout: het einde...

Lees verder
1933
2022-10-03
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Klinken

(techniek) is het met klinknagels verbinden van metalen platen of profielen tot een niet losneembaar geheel. Daartoe worden volgens het patroon van de klinkverbinding (steek) gaten in de te verbinden deelen geponst of geboord. Het nagelgat wordt aan beide einden ontdaan van boorkrul; na voorloopige montage zoo noodig geruimd. De nieuwe nagel bestaa...

Lees verder
1930
2022-10-03
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

klinken

('klinkən) (klonk, heeft geklonken) [klnb.] 1. klank, geluid geven : zijn stem klinkt helder; vals -de tonen; de stoomfluit klinkt ver. Gez. dat klinkt ongelooflijk, is haast niet te geloven; een -d bewijs, geld om iemand over te halen; iemand met -de woorden overhalen, hem omkopen; -de munt, kontant geld; mijn oren hebben geklonken, men hee...

Lees verder
1898
2022-10-03
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Klinken

Het begrip klinken heeft 2 verschillende betekenissen: 1. klinken - KLINKEN (klonk, heeften is geklonken), geluid, een klank geven zijne stem klinkt helder, luid, over alles heen; die gulden klinkt valsch; met de glazen klinken. met iem. klinken, aanstooten, op zijne gezondheid drinken; kom, laten wij eens klinken eens samen op iets drinken: kli...

Lees verder
1856
2022-10-03
Jacob van Lennep

Zeemans-woordenboek 1856

Klinken

b.w. - Vastslaan, door hameren een verdikking of kop vormen. Een spijker, nagels klinken.