Wat is de betekenis van Kleeden?

2024-02-28
Encyclopaedie voor de huisvrouw

Vrouwenrubriek Algemeen Handelsblad (1928)

Kleeden

Niet alleen in dunne, teere zij, ook in massieve, stevige vloerkleeden zijn vetvlekken minder welkom. En hoe goed een tapijt ook bestand moge zijn tegen een flinke massage met het een of andere „probate middel”, toch wil het niet altijd lukken, de leelijke sporen van vet of jus eruit te verwijderen. Zoon vet- of jusplek beleggen we met...

2024-02-28
Groot woordenboek der Nederlandsche taal

J.H. van Dale (1898)

Kleeden

KLEEDEN, (kleedde, heeft gekleed), kleeren aandoen, van kleeren, van de noodige kleedingstukken voorzien gij moét het kind warm kleeden; de bruid kleeden; arme kinderen kleeden; —• iem. kleeden en reeden, hem van alle noodige kleedingstukken voorzien; — gekleed worden, het ordekleed aandoen (van priesters en kloosterlingen)...

2024-02-28
Handwoordenboek van Nederlandsche synoniemen

J.V. Hendriks (1898)

Kleeden

zie Aankleeden.

2024-02-28
Zeemans woordenboek

Jacob van Lennep (1865)

Kleeden

b.w. - (De ankertouwen, de kluis, het want, enz.) met doek of schiemansgaren omleggen, ten einde schomling te voorkomen.

Wil je toegang tot alle 5 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-02-28
Etymologicum 1573

Cornelis Kiliaan (1573)

kleeden

Vestire, amicire, velare, tegere, ger. kleiden: ang. kladden.