Kastanje
I. v. (-s), 1. de eetbare meelachtige vrucht van de tamme kastanjeboom: gebraden, gepofte, geglaceerde kastanjes; — (spr.) iem. de kastanjes uit het vuur laten halen, door een ander een gevaarlijke of lastige arbeid laten verrichten, terwijl men er zelf het meeste voordeel van trekt; 2. de oneetbare vrucht van de wilde k...