Kantoor
o. (...toren), 1. schrijf-, werkkamer: zij zit op haar kantoor, is aan het briefschrijven ; 2. vertrek of geheel der vertrekken waar een koopman en zijn klerken, in ’t alg. zij die een zaak hebben welke geen winkel is (zie daarvoor Kantoortje) met hun personeel hun werkzaamheden verrichten: mijnheer is op zijn kantoor; boekh...