Wat is de betekenis van Jongen?

2020
2022-05-18
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

jongen

(euf. of sch.) mannelijk lid. De term is wellicht al oud. Kijk ook onder kleine* jongen en jongeheer*. • M'n jongen staat te stijgeren. (Louise Fokkens: Ouwehoeren. Verhalen uit de peeskamer. 2011)

Lees verder
2019
2022-05-18
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

jongen

jongen - Zelfstandignaamwoord 1. meervoud van het zelfstandig naamwoord jonge 2. meervoud van het zelfstandig naamwoord jong De kat heeft jongen geworpen. jongen - Zelfstandignaamwoord 1. onvolwassen man Een jongen op een bromfiets reed do...

Lees verder
2018
2022-05-18
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

jongen

jongen - zelfstandig naamwoord uitspraak: jon-gen 1. kind van mannelijk geslacht ♢ ze hebben twee kinderen, een jongen en een meisje 1. een jongen van Jan de Wit [een flinke, dappere vent]...

Lees verder
2017
2022-05-18
B.D. Poppen

Schrijver op Ensie

Jongen

In oliemolens, kleine strijker (voorzien van een oude naslaghaar bij wijze van bezem) die het maalgoed onder de kantstenen schoof.

2008
2022-05-18
Atletiek- en turnwoordenboek

Atletiek- en turnwoordenboek door Jan Luitzen

jongen

(de; -s) AT - leeftijdscategorie volgens de IAAF: iedere atleet die op 31 december van het jaar waarin de wedstrijd plaatsvindt 16 of 17 jaar is.

1998
2022-05-18
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Jongen

1. een - met een schuimkraagje,schertsend voor ‘een pintje bier’. Ook wel goudgele rakkergenoemd. Mag ik twee van die jongens met die schuimkraagies? (Dimitri Frenkel Frank: De kleinste hond ter wereld, 1980) 2. een - van de gestampte pot,een vlotte, toffe kerel zonder pretentie; een eenvoudige vent met wie goed valt op te schieten. Huizinga denkt...

Lees verder
1990
2022-05-18
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

jongen

jongen - Te gebruiken voor mannelijke personen in de periode tussen geboorte tot en met adolescentie.

1973
2022-05-18
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

jongen

m. (-s), 1. kind van het mannelijk geslacht: hij heeft vier kinderen, drie jongens en een meisje; ja, —, dat moet nu eenmaal gebeuren; een echte —, die flink, actief, sportief is; (ironisch) dat lieve jongetje, die deugniet; een kleine —, een jongetje; daar is hij (dat) maar een kleine — bij, haalt daar niet bij in grootte,...

Lees verder
1952
2022-05-18
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Jongen

v., jongje.

1937
2022-05-18
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

jongen

1 m. -s, jongetje (1 land v. h. mannelijk geslacht; knaap; 2 vertrouwelijk: vriend; man; 3 leerjongen, knechtje; 4 O.-I. huisbediende op Java): 1 hij heeft twee jongens en drie meisjes; een ondeugende jongen; 2 wat zeg jij er van, oude jongen? vertrouwelijk voor vriend; dat zijn jongens van Jan de Witt, stoere mannen, als de matrozen uit de dagen...

Lees verder
1933
2022-05-18
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Jongen

1° Léon, Belg. componist, broeder van 2°. * 2 Maart 1884 te Luik; leerling van het Luiksch Conservatorium; 1e Prix de Rome (in 1913). Voorn. werken. Voor tooneel: L’Ardennaise; Thomas l’Agnelet (1924). Verder liederen, enz. 2° Joseph, Belg. componist, broeder van 1°. * 14 Dec. 1873 te Luik. Leerling van het Luiks...

Lees verder
1926
2022-05-18
Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Jongen

Het woord jongen heeft in ons gewoon spraakgebruik de beteekenis van knaap, en van een mannelijk kind op jeugdigen leeftijd. Behalve in dezen zin, komt het in de Heilige Schrift ook voor van dienstknechten (Ruth 2:5,6,9), van krijgsknechten (2 Samuel 2 : 14). Vooral spreekt de Schrift van den jongen in den eerstgenoemden zin met het oog op de onder...

Lees verder
1916
2022-05-18
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Jongen

Jongen - (Joseph), geb. 1873 te Luik, veelbelovend toonkunstenaar, studeerde aan het conservatorium in zijn geboorteplaats, behaalde verschillende prijzen, ook den Prix de Rome, waardoor hij studiereizen kon maken in Duitschland en Italië. J. was van 1903 tot 1904 professor in de harmonieleer aan het conservatorium te Luik, maar vestigde zich in la...

Lees verder
1898
2022-05-18
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Jongen

Het begrip jongen heeft 2 verschillende betekenissen: 1. jongen - JONGEN, m. (-s), knaap, kind van het mannelijk geslacht: hij heeft vier kinderen; drie jongens en een meisje; de jongens gaan na de meisjes uit de school; — leerling (bij ambachten); — de laagste knecht op een oliemolen (onverschillig of hij jong is of niet); — l...

Lees verder