Wat is de betekenis van inhoud?

2022
2022-12-07
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2022.

inhoud

(1964) (wielr.) fitheid, conditie, vorm. • Het minst van allen heeft hij de handicap van de slechte banden kunnen verwerken. Terwijl Ceulemans, Steylaerts, Hanoun en Rudolph zich al snel aanpasten aan de minder gunstige omstandigheden raakte De Ruyter, en met hem in mindere mate de Oostenrijker Scherz, al mokkend steeds dieper in het moeras. D...

Lees verder
2019
2022-12-07
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

inhoud

inhoud - Zelfstandignaamwoord 1. datgene wat bevat is in een ander lichaam Deze zak heeft wijn als inhoud. 2. (wiskunde) het product van lengte, breedte en hoogte De inhoud van die kubus bereken je door de lengte, de breedte en de hoogte met elkaar te ver...

Lees verder
2018
2022-12-07
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

inhoud

inhoud - zelfstandig naamwoord uitspraak: in-houd 1. wat erin zit of erin kan ♢ de inhoud van dit pak melk is bedorven 2. alles wat in een tekst staat ♢ maak een samenvatting van de inhoud...

Lees verder
2017
2022-12-07
Wielrenners

Jargon & Slang van Wielrenners

Inhoud

Inhoud - fitheid, conditie, vorm.

2017
2022-12-07
WizWijs

Inzicht voor leerling en leerkracht

inhoud

Inhoud is een van de maten waarmee leerlingen moeten leren rekenen. Dit onderdeel hoort bij het domein ‘Meten en meetkunde’, naast andere maten zoals lengte, gewicht, temperatuur en tijd. Bij inhoud (of volume) gaat het om de grootte van een voorwerp in een ruimte. Deze kan worden weergegeven in kubieke meters (of afgeleiden daarvan) of in liters (...

Lees verder
2009
2022-12-07
Groot wielerwoordenboek

Geschreven door Marc De Coster

inhoud

Fitheid, conditie, vorm. Daar waar ik vroeger op de top naar adem zat te snakken, had ik nu nog inhoud genoeg om boven de forcing te voeren. (De Morgen, 19/03/1988) Planckaert meent dat Ekimov in staat moet zijn een proloog te winnen. ‘Voor wie wereldkampioen achtervolging is, is dat geen probleem. Hij moet meer inhoud krijgen. Daar gaan we aan we...

Lees verder
2002
2022-12-07
Lexicon voor de kunstvakken

Verklaringen van woorden die gebruikt worden in teksten over kunst.

inhoud

Inhoud is: 1) de hoeveelheid ruimte die een holle vorm omvat; het is een 3-dim maat, naast lengte en breedte telt ook de diepte mee; 2) de bedoeling, betekenis van een beeld, datgene wat de maker aan de beschouwer wil vertellen; deze inhoud wordt bepaald door de voorstelling (1), de manier waarop de beeldende middelen zijn gebruikt en de cultuur wa...

Lees verder
1990
2022-12-07
BDI

BDI terminologie

inhoud

1. overzicht van de afzonderlijke hoofdstukken en andere onderdelen van een boek of ander document, met vermelding van de pagina's waarop zij beginnen. - inhoudsoverzicht; inhoudsopgave. 2. zie: onderwerp

Lees verder
1990
2022-12-07
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

inhoud

inhoud - De hoeveelheid of massa van een object of materiaal dat ruimte inneemt.

1973
2022-12-07
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

inhoud

m. (-en), 1. de hoeveelheid ruimte die binnen de grenzen van een figuur of van een lichaam begrepen is (e): de — van een bol; 2. de in een maat uitgedrukte hoeveelheid ruimte die iets omvat; capaciteit: hoeveel bedraagt de — van dat vat?; dit schip heeft 200 t —; 3. dat wat in iets geborgen is, waarmee het gevuld is: het vat was...

Lees verder
1954
2022-12-07
Agrarisch

Agrarisch Encyclopedie

Inhoud

De ruimte omsloten door het buitenvlak de buitenvlakken) van een lichaam; bij een hol lichaam: de ruimtelijk gemeten hoeveelheid vaste stof. vloeistof of gas, die het lichaam kan bevatten. Sedert de invoering van het metrieke stelsel wordt de i. voorn. uitgedrukt in kubieke cm (cm3:, kubieke m3 m3) enz. (z. Maten en gewichten).

Lees verder
1952
2022-12-07
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Inhoud

s., ynhâld.

1950
2022-12-07
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Inhoud

m. (-en), 1. de hoeveelheid ruimte die binnen de grenzen van een figuur of van een lichaam begrepen is: de inhoud van parallellogrammen, de oppervlakte; de inhoud van een bol; 2. de in een maat uitgedrukte hoeveelheid ruimte die iets omvat; capaciteit: hoeveel bedraagt de inhoud van dat vat ? dit schip heeft tweehonderd ton inhoud...

Lees verder
1947
2022-12-07
Winkler Prins Encyclopedie

Winkler Prins 1947

Inhoud

noemt men in de wiskunde het reële getal, dat aanwijst, hoeveel malen een gekozen eenheid-van-inhoudsmaat begrepen is in een bepaald ruimtedeel, of, van het standpunt der differentiaalmeetkunde beschouwd, de waarde van een bepaalde integraal / dxdydz. Voor vlakke figuren z oppervlakte; voor meerdimensionale inhoudsformules z meer...

Lees verder
1937
2022-12-07
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

inhoud

m. inhouden (1 alles, wat in iets begrepen is of kan begrepen worden; 2 grootte, ruimte; 3 inhoudsopgave): 1. men sloeg het vat de bodem in, en de inhoud gutste er uit; de inhoud v. e. brief, v. e. tijdschrift; 2. de inhoud v. e. bol; 3. bladwijzer en inhoud.

Lees verder
1933
2022-12-07
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Inhoud

(meetk.). De i. van een lichaam is een maat voor de ruimte, die het inneemt. Voor den i. van bepaalde lichamen (bol, enz.) zie de betreffende artikelen. In de algebra verstaat men onder den i. van een veelterm den grootsten gemeenen deeler der coëfficiënten. ➝ Maat.v. Kol.

Lees verder
1930
2022-12-07
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

inhoud

('inhout) m. (-en) [→ inhouden 1] I. Eig. 1. Algm. wat in iets bevat is : de van een vat uitstorten. 2. Inz. a. wat in een geschrift begrepen is : de van een boek, een brief. b. Bepk. lijst van in een geschrift behandelde onderwerpen : zoek de bladzijde in de op. II. Metn. 1. Algm. wat iets bevatten kan, grootte, ruimte : een schip...

Lees verder
1916
2022-12-07
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Inhoud

Inhoud - (wisk.), in de planimetrie ook wel gebruikt voor oppervlakte (oppervlakte-inhoud). Als eenheid van oppervlakte-inhoud neemt men een vierkant, waarvan de zijde gelijk is aan de (reeds vroeger aangenomen) lengte-eenheid. De in deze oppervlakte-eenheid uitgedrukte inhoud van een rechthoek is dan gelijk aan ’t product van de getallen, die de l...

Lees verder
1898
2022-12-07
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Inhoud

INHOUD, m. (-en), wat in iets bevat is, wat eene afgesloten ruimte bevatten kan : het vat was lek geworden en de inhoud er van liep over de straat; hoeveel bedraagt de inhoud van dat vat ? dit schip heeft tweehonderd ton inhoud; — alles wat in een boek, geschrift enz. begrepen is : kent gij den inhoud van dezen brief ? — lijst van onde...

Lees verder
1864
2022-12-07
Nieuw woordenboek der Nederlandsche taal

I.M. Calisch (1864)

Inhoud

Inhoud, m. gmv. alles wat in een boek, geschrift enz. begrepen is, de brief was van dezen -; ruimte (van een schip, vat enz.), dit schip heeft tweehonderd ton -; (wisk.) grootte van een werkstuk, ruimte eener vlakte, capaciteit. *-EN, bw. onr. in zijne ligchamelijke ruimte bevatten; in zich hebben; vermeld staan (in eenen brief enz.); (fig.) matige...

Lees verder