Wat is de betekenis van halfbloed?

2019
2021-05-08
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

halfbloed

halfbloed - Zelfstandignaamwoord 1. (pejoratief) iemand van gemengde etnische afkomst, waarbij slechts één van de twee bronnen een edel ras is Aan mijn eigen keukentafel doe ik er echter ook vermoeid het zwijgen toe. Moet ik mijn vriend nu gaan uitleggen dat volgens Van Dale een halfbloed een afstamm...

Lees verder
2017
2021-05-08
Hans Kaldenbach

De A is van Amalia, die is allochtoon

Halfbloed

Proef het woord ‘halfbloed’.Wellicht had u er nooit bij stilgestaan. Klinkt er in door: onvolledig, gemengd, onzuiver, besmet? Is ‘dubbelbloed’ een beter alternatief? Mensen die zichzelf altijd halfbloed hebben genoemd, vinden dat meestal een veel aangenamer woord. Vergelijk het met ‘halfzuster’. Welke helft wordt dan genoemd? Welke blijkbaar onbel...

Lees verder
2017
2021-05-08
Martin Meulenberg

Lexicon van de multiculturele samenleving

Halfbloed

Iemand die afstamt van ouders met verschillende etni­ sche ide ntiteit1 (zie etniciteit). De term wordt door sommigen als verouderd en enigszins denigrerend ervaren vanwege het 'half'. Daarom geven zij de voorkeur aan dubbelbloed .

1973
2021-05-08
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

halfbloed

I. bn., (van dieren) van half ras, afstammend van één volbloed paard enz. en een van nietzuiver ras; II. zn. v./m. (-en), dier van half ras; persoon die afstamt van ouders van sterk verschillend ras, waarvoor dan weer diverse termen gebruikt worden, naarmate het andere rassen betreft: creool, mesties, mulat, indo.

Lees verder
1952
2021-05-08
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Halfbloed

s., healbloed.

1950
2021-05-08
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Halfbloed

I. bn., (van dieren) van half ras, afstammende van een volbloed paard enz. en een van niet zuiver ras; II. zn. gemeensl. en o. (-en), dier van half ras; persoon afstammende van een Europeaan en een niet-blanke vrouw.

Lees verder
1933
2021-05-08
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Halfbloed

Halfbloed - 1° (anthropologisch) bastaardvorm tusschen Blanken en Kleurlingen. 2° In de veeteelt: directe afstammelingen (F1-kruisingsproducten) uit volbloed-(zuiver gefokte) en niet-volbloeddieren.

Lees verder
1898
2021-05-08
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Halfbloed

HALFBLOED, bn. (veet.) van half ras. afstammende van een volbloed paard enz. en een dier van niet zuiver ras; (van personen) afstammende van een Europeaan en eene niet blanke vrouw,.