Wat is de betekenis van ges?

2020
2021-01-25
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

ges

verlaagde g. g die met een halve toon verlaagd is; g mol; sol mol. Voorbeelden: Des, es, ges, as en bes zijn ontstaan door verlaging van stamtonen d, e, g, a en b. http://users.pandora.be/dirk.viaene/muziekth.htm De witte toetsen van de piano heten van links naar rechts a b c d e f g voor ieder octaaf, de karakteristieke figu...

Lees verder
2020
2021-01-25
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

ges

(1906) (ook: gis) (Barg.) slim; verstandig; uitgeslapen. Soms: onveilig: 'het is me hier een beetje al te gis.' • Hij is een gisse jongen. (Köster Henke: De Boeventaal. 1906) • Ze voelen zich verre 't sterkst in hun overmacht van wel 'n vijftig gisse jongens en gehaaide meiden tegen die twee, heerig aang...

Lees verder
2019
2021-01-25
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

Ges

Ges - Zelfstandignaamwoord 1. (muziek), (afkorting) afkorting van “Ges-majeur” Ges - Symbool 1. (muziek) symbool van het “Ges-majeurakkoord” Verwante begrippen Gesm, Ges7, Gesdim

Lees verder
1993
2021-01-25
Vreemd Nederlands

Vreemd Nederlands

Ges

verlaagde toon

1973
2021-01-25
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

ges

v./m. (-sen), (muziek) de toon die ontstaat door de g een halve toon te verlagen, in het notenschrift aangeduid door een mol (b) voor de noot g te plaatsen.

1962
2021-01-25
Muziek Encyclopedie

Geschreven door S. van Ameringen (1962)

Ges

g mol, zie kwintencirkel.

1949
2021-01-25
Boevenjargon

Geschreven door Professor Henry Roskam

ges

8. Ges knaken, 8 rijksdaalders.

1949
2021-01-25
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Ges

(muz.), de met een halve toon verlaagde g.

1948
2021-01-25
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

ges

v. verlaagde g.

1916
2021-01-25
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Ges

Ges - een Zuid-Amerikaansche stammengroep, een afzonderlijke taalfamilie vertegenwoordigend, verspreid over de Oostelijke helft van Brazilië. In het Noorden bereiken zij aan de kust den 2en graad Z. B., in het Zuiden den 30en; oostwaarts vindt men hen op sommige plaatsen tot aan den 54en lengtegraad. In het algemeen staan deze stammen op een bijzon...

Lees verder
1898
2021-01-25
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Ges

GES, v. (muz.) benaming van den een halven klanktrap verlaagden toon g.