Wat is de betekenis van geestelijke?

2020
2021-02-26
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

geestelijke

dienaar van een kerk. iemand die doorgaans een bepaalde religieuze wijding of zegening heeft ontvangen en die zijn leven in dienst stelt van een god, kerk, religie of levensbeschouwing; iemand die een kerkelijk ambt vervult; iemand die zich aan de dienst van een kerk wijdt; dienaar van een kerk. Voorbeelden: De grondlegger van Kung F...

Lees verder
2019
2021-02-26
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

geestelijke

geestelijke - Zelfstandignaamwoord 1. (religie) iemand die voor een geloof werkt De man die we laatst in de kerk zagen, is een geestelijke. geestelijke - Bijvoeglijk naamwoord 1. verbogen vorm van de stellende trap van geestelijk Woordherkomst Afgeleid van geestelijk...

Lees verder
2018
2021-02-26
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

geestelijke

geestelijke - zelfstandig naamwoord uitspraak: gees-te-lij-ke 1. iemand die in dienst is van de kerk ♢ dominees en pastoors zijn geestelijken Zelfstandig naamwoord: gees-te-lij-ke de geestelijke ...

Lees verder
2004
2021-02-26
lesmethode Memo

Geschiedenisles voor bovenbouw

Geestelijke

Iemand in dienst van de kerk, zoals de paus, priesters, monniken en nonnen. Geestelijken vormden in de middeleeuwen de eerste stand.

1990
2021-02-26
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

geestelijke

geestelijke - Godsdienstige beambten of functionarissen die zijn voorbereid en het recht hebben om voor te gaan in religieuze diensten of andere religieuze taken te vervullen.

1973
2021-02-26
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

geestelijke

m. (-n), tot de kerk behorend persoon, bedienaar van de godsdienst, priester, (r.k.) iemand die door de kerkelijke wijding de macht heeft gekregen om te leren, te consacreren en te besturen.

1933
2021-02-26
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Geestelijke

Geestelijke, - ➝ Clerus; ➝ Clericus.

1926
2021-02-26
Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Geestelijke

in de Roomsche kerk de algemeene naam voor hen, die tot den clerus behooren (zie: Clerus en Clericus).

1916
2021-02-26
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Geestelijke

Geestelijke - zie CLERICUS.

1898
2021-02-26
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Geestelijke

GEESTELIJKE, m. (-n), (R. K.) iem. die door de kerkelijke wijding de macht heeft gekregen van te ieeren, te consacreeren en te besturen; — een kerkleeraar, een. bedienaar van den godsdienst, een priester; naar gelang van het kerkgenootschap hetzelfde als pastoor, dominee enz.

Lees verder