Wat is de betekenis van Geel?

2024-06-25
Prisma Groot Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2024)

2024-06-25
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2024)

geel

(1926) (Barg.) goud: Er was veel geel in de poet.' • Geel aan het lijf hebben, goud bij zich hebben. (Tijdschrift voor Nederlandsche taal- en letterkunde. 1926) • (E.G. van Bolhuis: De Gabbertaal. 1937) • (Hans Heestermans & Ditte Simons: Mokums woordenboek. 2014)

2024-06-25
Nederlandse Voornamenbank

Meertens Instituut (2020)

Geel

Zie Geelke

2024-06-25
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

geel

geel - Zelfstandignaamwoord 1. (kleur) een primaire kleur zoals die van licht met een golflengte van ca. 570 - 582 nm Het geel van deze afbeelding steekt scherp af tegen het blauw. 2. (dierkunde) Trichomonas gallinae, een aandoening van keel, luchtpijp en krop veroorzaakt door een é...

2024-06-25
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

geel

geel - zelfstandig naamwoord 1. gele kleur ♢ Lin was vandaag helemaal in het geel 1. in het geel rijden [in de gele trui, bij de ronde van Frankrijk] Zelfstandig naamwoord: geel ...

2024-06-25
Jargon & Slang van Voetballers

Marc De Coster (2017)

Geel

Geel - de gele kaart, waarschuwing door de scheidsrechter dat men een ernstige overtreding heeft begaan. 'Het geel zien', 'het geel voorgetoverd krijgen', 'tegen het geel oplopen'. Hugo Sanchez, die dit seizoen op weg lijkt naar de titel van Europees topscorer, trapte er na 20 minuten de Braziliaanse verdediger uit zonder geel te krijgen. - De Morg...

2024-06-25
Mokums woordenboek

Ditte Simons en Hans Heestermans (2014)

geel

1. geel: geel bandje, zie het citaat: Een ‘geel bandje’. Die waren van een soort zwartrijders ... Op een officiële taxistandplaats mochten zij niet staan . Om te laten zien dat ze maar beunhazen waren, moesten ze een brede gele band om hun carosserie bevestigen . Zo populair waren ze zelfs, dat Bandy er een titel in zag voor zijn t...

2024-06-25
Wielersportwoordenboek

Jan Luitzen (2009)

geel

(het; g.mv.) 1 sinds 1919 - gele trui, gedragen door de leider in het algemeen klassement van de Tour de France: virtueel in het geel rijden, zo’n voorsprong hebben tijdens een etappe in de Tour de France dat de betreffende renner de gele leiderstrui zou overnemen als de rit op dat moment afgelopen zou zijn. • De twee hoofdrolspelers heetten Greg L...

Wil je toegang tot alle 20 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-06-25
Vlaams-Nederlands woordenboek

Peter Bakema (2003)

Geel

stad in België bekend om de gezinsverpleging van geesteszieken - van Geel komen/zijn, gek zijn, niet goed bij zijn hoofd zijn.