Wat is de betekenis van Gauwdief?

2020
2020-10-31
Algemeen Nederlands Woordenboek

Algemeen Nederlands Woordenboek

gauwdief

geslepen, doortrapte dief. dief die op behendige, listige wijze te werk gaat; geslepen, doortrapte dief. Voorbeelden: De politie kon dinsdagmiddag een gauwdief onderscheppen in de Steenstraat in Brugge. De man had in de drukke winkelstraat een handtas van een vrouw in een rolstoel gestolen. Hij werd uiteindelijk herkend op camerabeel...

Lees verder
1980
2020-10-31
Van aalmoes tot zwijntjesjager

Geschreven door Dr. E. Schröder, 1980

Gauwdief

In het Middelnederlands bestond het woord ga voor: snel, voortvarend. De verbogen vorm ervan was: gauw en deze heeft de oorspronkelijke verdreven. Op dezelfde wijze is grauw de verbogen vorm van gra, blauw die van bla en nauw die van na. Overal, behalve in het laatste voorbeeld, is de oude eerste naamval verdwenen. In het Middelnederlands, maar ook...

Lees verder
1921
2020-10-31
Levende taal

T. Pluim - 1921

Gauwdief

letterlijk: de gauwe dief.

1916
2020-10-31
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

gauwdief

m. (-dieven), dief die op behendige, listige wijze te werk gaat; geslepen, doortrapte dief; (bij uitbreiding) schelm, schurk, deugniet; (oneig., scherts.) snaak, guit, potsenmaker: het is een aardige —, een slim, olijk kind, guit, schalk.

1898
2020-10-31
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gauwdief

GAUWDIEF, m. (...dieven), een dief die op behendige, listige wijze te werk gaat; geslepen, doortrapte dief; (bij uitbr.) een schelm, schurk, een deugniet; (scherts.) een snaak, guit, potsenmaker ‘t is een aardige gauwdief; een slim, oolijk kind, guit, schalk. GAUWDIEFJE, o. (-s).

Lees verder

Gerelateerde zoekopdrachten