Wat is de betekenis van gannefen?

2020
2021-01-21
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

gannefen

(1563) (Barg.) stelen; gappen. • Gannefen: stilletjes en vlug wegkapen. Amst. Jds. Ygi.gannef ofganf. (Onze Volkstaal. Deel 1. 1882: Zaansche woorden en uitdrukkingen) gannefen (werkw.): kapen, stelen van kleine voorwerpen, er zich behendig meester van maken; ook Zaansch, Amsterd.; Westf. Gamfen: stelen. Van het joodse gannef: dief...

Lees verder
2019
2021-01-21
Ewoud Sanders

Taalhistoricus en journalist.

gannefen

stelen, pikken; bedriegen In 1563 voor het eerst opgenomen in een Bargoense woordenlijst, het zogenoemde Liber Vagatorum. Het komt hierin voor in de vorm genffen. Via het Jiddische gannewen (‘stelen’) ontleend aan het Hebreeuwse gannaw (‘dief’). Ook aangetroffen als ganfen, ganneven, gannewen, gan...

Lees verder
2019
2021-01-21
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

gannefen

gannefen - Zelfstandignaamwoord 1. meervoud van het zelfstandig naamwoord gannef Over kennis van het Rotwelsch beschikte Brecht bijna niet, om de eenvoudige reden dat de Duitse gannefen dit in zijn tijd nog nèt wisten te verdedigen. Woordherkomst gannef met de uitgang -en...

Lees verder
2014
2021-01-21
Mokums woordenboek

Ditte Simons en Hans Heestermans

gannefen

(< gannef + -en), stelen: Uit de brand bin je mit saun ’n waaf as jaai hep gehad, woar je faur gannift en die op je daurkleumt en ’r naut-te-beine mit je gabbir fèndaur goat, SMIS4 268.

1973
2021-01-21
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

gannefen

(gannefde, heeft gegannefd), wegkapen, gappen, bedriegen.

1949
2021-01-21
Boevenjargon

Geschreven door Professor Henry Roskam

gannefen

stelen; bedriegen.

Gerelateerde zoekopdrachten