Wat is de betekenis van gaaf?

2020
2021-03-08
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

gaaf

(1932) (jeugd) buitengewoon goed; geweldig; prachtig; prima'. Oorspronkelijk Zaans. Sinds het begin van de jaren zeventig van de twintigste eeuw, meer algemeen bekend. Vaak in combinatie met onwijs*. Onder Delftse studenten is een 'gave vent' iemand die er helemaal bijhoort, in tegenstelling tot een meejanker (Delta, 17/08/1989)....

Lees verder
2019
2021-03-08
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

gaaf

gaaf - Bijvoeglijk naamwoord 1. zonder beschadiging Deze appel heeft een gaaf oppervlak. 2. in de populaire smaak vallend Hij heeft zo'n gave nieuwe laptop gekregen. Uitdrukkingen en gezegden ♦ Een rotte appel in...

Lees verder
2018
2021-03-08
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

gaaf

gaaf - bijvoeglijk naamwoord 1. heel en compleet ♢ deze appel is nog gaaf 2. heel erg goed of leuk ♢ wat een gaaf nummer is dat! Bijvoeglijk naamwoord: gaaf ... is gaver...

Lees verder
2017
2021-03-08
Studenten

Jargon & Slang van Studenten

Gaaf

Gaaf - prachtig; mooi. Nu vooral scholierentaal.

1999
2021-03-08
Woordenboek van Neologismen

Geschreven door Marc de Coster ©

Gaaf

informele jeugdtaal voor ‘buitengewoon goed; geweldig; prachtig; prima’. Sinds het begin van de jaren zeventig, maar pas echt populair geworden in de jaren tachtig. Een gave vent is iemand die er helemaal bij hoort. Vaak in combinatie met onwijs. Tsjeem, wat een gaaf plekje, midden in de stad. Miep Diekmann: Total Loss, weetjewel, 1973 ‘Ja, een ho...

Lees verder
1973
2021-03-08
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

gaaf

v./m. (gaven), gave.

1921
2021-03-08
Levende taal

T. Pluim - 1921

Gaaf

(een gave appel), van geven: een appel dien men geven kan; dus: die ongeschonden is.

1898
2021-03-08
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gaaf

Het begrip gaaf heeft 2 verschillende betekenissen: 1. gaaf - GAAF, v. (gaven), al wat gegeven wordt, gift, geschenk (inz. in bijbelstijl); — (w. g.) giften en gaven maken nichten en magen, door geschenken krijgt men betrekkingen; — (w g.) giften en gaven breken zelfs de steenrotsen, met giften en gaven kan men alles gedaan krijgen;...

Lees verder