Wat is de betekenis van evenwijdig?

2019
2022-08-13
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

evenwijdig

evenwijdig - Bijvoeglijk naamwoord 1. in alle punten even ver in loodrechte zin verwijderd zijnde Er lopen twee evenwijdige doorgetrokken lijnen in het midden van de weg waar je niet mag inhalen.</ref> Woordherkomst Samenstellende afleiding van even en wijd met het achtervoeg...

Lees verder
2018
2022-08-13
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

evenwijdig

evenwijdig - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: e-ven-wij-dig 1. met overal dezelfde tussenruimte ♢ deze weg loopt evenwijdig aan de hoofdweg Bijvoeglijk naamwoord: e-ven-wij-dig de/het evenwijdige ... Synon...

Lees verder
1973
2022-08-13
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

evenwijdig

bn. en bw., (ook: parallel), 1. (meetkunde van lijnen in een vlak en van vlakken onderling) overal even ver van elkaar gelegen, zodat zij elkaar, hoe ver ook verlengd, nooit kunnen ontmoeten; bw.: — lopen, zo verlopen als hiervoor is aangegeven; 2. (fig.) in geheel gelijke richting lopend.

Lees verder
1952
2022-08-13
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Evenwijdig

adj., lykop rinnend, parallel.

1950
2022-08-13
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Evenwijdig

bn. bw., 1. (meetk., van lijnen in een vlak en van vlakken onderling) overal even ver van elkander gelegen, zodat zij elkaar, hoe ver ook verlengd, nooit kunnen ontmoeten; — bw., evenwijdig lopen, zo verlopen als hiervoor is aangegeven. 2. (fig.) in geheel gelijke richting lopend.

Lees verder
1937
2022-08-13
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

evenwijdig

I. bn. (1 van lijnen of vlakken: zo gelegen, dat zij hoe ver ook verlengd, elkaar nimmer kunnen ontmoeten; 2 zich in gelijke richting uitstrekkend, ook fig.): 1. evenwijdige lijnen, vlakken; 2. evenwijdige dijken. II. bw. (in geheel gelijke richting): evenwijdig lopen; evenwijdig geplaatst.

Lees verder
1933
2022-08-13
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Evenwijdig

zijn twee lijnen i/e plat vlak die elkaar op oneindigen afstand snijden.

1933
2022-08-13
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Evenwijdig

Evenwijdig - (meetk.). Twee in één plat vlak gelegen rechte lijnen, een rechte lijn en een plat vlak of twee platte vlakken zijn e. of parallel, als deze figuren, hoever ook verlengd of uitgebreid, geen punt gemeen hebben. In de Euclidische meetk. kan door een punt buiten een rechte slechts één rechte daaraan e. getrokke...

Lees verder
1916
2022-08-13
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Evenwijdig

Evenwijdig - 1) (in het platte vlak), twee lijnen heeten evenwijdig, als ze elkaar, hoe ver ook verlengd, niet snijden. Laat men een snijlijn a van een lijn b door wenteling om een harer punten geleidelijk overgaan in een lijn c evenwijdig met b, dan is het snijpunt bij die beweging hoe langer hoe verder weg gegaan; men zegt dan, dat de evenwijdige...

Lees verder
1898
2022-08-13
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Evenwijdig

EVENWIJDIG, bn. bw. (meetk.) overal even wijd van elkander, parallel: de evenwijdige lijnen worden aangeduid door het teeken || . EVENWIJDIGHEID, v.

1870
2022-08-13
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Evenwijdig

Evenwijdig noemt men twee in dezelfde rigting voortloopende lijnen, die, hoe ver ook verlengd, steeds denzelfden ouderlingen afstand behouden. Denkt men door zulk een tweetal lijnen een vlak, dan begrenzen zij eene strook, die overal dezelfde breedte heeft. Men zegt ook wel van zulke lijnen, dat zij elkander in het oneindige snijden. Wordt zulk een...

Lees verder