Engeltje
o. (-s), 1. kleine engel, inz. als afbeelding, t.w. als een aanvallig jong kind voorgesteld; — oneig. een lief, aanvallig kind; — een engeltje in de hemel, een gestorven kindje; — engeltjes maken, zie Engeltjesmaakster. 2. (gew.) onze-lieveheersbeestje.