Wat is de betekenis van Drost?

2019
2021-09-22
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

drost

drost - Zelfstandignaamwoord 1. (geschiedenis) (juridisch) (beroep) historische titel, aanklager in dienst van landheer drost - Werkwoord 1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van drossen ♢ Jij drost 2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van drossen ...

Lees verder
2017
2021-09-22
Leendert Brouwer

CBG|Familienamen

Drost

Een drost was iemand met een hoge, verantwoordelijke bestuursfunctie onder de vorst, graaf of hertog. De familienaam geeft vermoedelijk een hechte relatie met een drost aan: de eerste naamdrager was in dienst van een drost, of hij was zelfs een buitenechtelijk of aangenomen kind van hem. Minder waarschijnlijk is het dat een drost, meestal iemand va...

Lees verder
1999
2021-09-22
Encyclopedie Groningen

Nieuwe Groninger Encyclopedie

Drost

Ambtenaar (ook wel ambtman genoemd), aangesteld in het Oldambt en Westerwolde voor de rechtspleging. In het Wold-Oldambt werd hij sinds 1536 benoemd door de stad Groningen, in het Klei-Oldambt sinds 1623. De drost van Westerwolde werd na 1619 ook door de stad aangesteld. Fungeerde tot de invoering van de Franse rechterlijke organisatie in 1811.

Lees verder
1994
2021-09-22
Lexicon Nederland en België

Lexicon van de geschiedenis van Nederland & België

Drost

Drost (ook: ambtman, → baljuw, drossaard), een door de landsheer benoemde ambtenaar die namens deze in een bepaald gebied (drostambt) de administratie en jurisdictie waarnam. Tot in de 19e eeuw was deze naam gangbaar. In een wet van 13.4.1807 werd Nederland verdeeld in departementen met een landdrost aan het hoofd, en in kwartieren bestuurd door dr...

Lees verder
1993
2021-09-22
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Drost

(drossaard) rechterlijk ambtenaar (gesch.); baljuw

1981
2021-09-22
Geschiedenis Lexicon

H.W.J. Volmuller (1981)

Drost

(ook: ambtman, baljuw, drossaard), titel voor de vertegenwoordiger van de landsheer, hoofd van de administratie en justitie in zijn district. De naam komt in Nederland tot in de 19e eeuw voor. De wet van 13.4.1807 verdeelde Nederland in departementen onder landdrosten en kwartieren onder drosten, benoemd door de koning. De titel verdween met de ann...

Lees verder
1980
2021-09-22
Blauwe Scheen

Lexicon Beeldende Kunstenaars

Drost

J. Antonie. 18de-eeuws tekenaar en boetseerder. Zijn tekeningen van vogels en vissen zijn bekend. HOORN -Westfries Museum: vogels (waterverftekening). ROTTERDAM Museum Boymans-van Beuningen: bruine kiekendief, een kuiken in zijn macht hebbend (aquarel, gem. J. Antonie Drost. del. ad. viv.); kneu op een boomstronk, op de achtergrond Arnhem (aquar...

Lees verder
1973
2021-09-22
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Drost

m. (-en), (ook: baljuw, drossaard), vm. titel voor de vertegenwoordiger van de landsheer, hoofd van de administratie en justitie in zijn district. (e) Tot in de 19e eeuw komt de naam drost in Nederland voor. De wet van 13.4.1807 verdeelde Nederland in departementen onder landdrosten en kwartieren onder drosten, benoemd door de koning en belast met...

Lees verder
1969
2021-09-22
Pieter Scheen

Rode Scheen: Lexicon Nederlandse beeldende kunstenaars 1750-1950

Drost

Drost - zie Westerbrink.

1954
2021-09-22
Groninger Encyclopedie

K. ter Laan

Drost

de rechtsprekende ambtenaar. 1e. voor 't Oldambt, door de Stad aangesteld, zetelde te Zuidbroek; 2e. voor Westerwolde, zetelde op de Pekelbörg, later te Wedde; 3e. in de Franse Tijd voor de verschillende delen der Provincie. Zie ambtman en Staatsregeling van 1798.

Lees verder
1950
2021-09-22
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Drost

m. (-en), titel van een voormalig rechterlijk en bestuursambtenaar ten platten lande, drossaard, baljuw, thans alleen als historische term: de drost van Huiden, van Salland.

1949
2021-09-22
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Drost

drossaet, drossaart, oorspronkelijk de bediende, die met de tafelverzorging was belast, later kasteelbewaarder of kastelein. Meestal werd hij meer algemeen tot plaatsvervanger van de heer, d.w.z. bestuurder en leider van het opperste gerecht in een streek, onderdeel van het graafschap of bisdom.

1948
2021-09-22
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

drost

Drossaard,m. voormalig officier van Justitie; Z.A. schout, baljuw; (ook:) rentmeester; de ~, P. C. Hooft.

Lees verder
1937
2021-09-22
Woordverklaring

Dr. L.M. Metz - 1937

Drost

Drossaard, opperschout, overrechter, ambtman. Aanvankelijk werd de naam drossaard, welke spijsdrager beteekende, gebruikt voor den koninklijken hofmeester. Later ging de titel over op andere hoogwaardigheidbekleeders, evenals dat bij den naam maarschalk het geval is geweest; eerst was maarschalk de paardenknecht, dan de opperstalmeester. Andere der...

Lees verder
1933
2021-09-22
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Drost

Drossaard, i/d Ned. republiek rechter ten plattelande.

1933
2021-09-22
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Drost

of drossaard, Mnl. drossate, D. Truchsess, beteekent: hij, die het gevolg (des konings) doet zitten. Oorspronkelijk benaming van den hofmeester, aan wien de zorg voor de maaltijden was opgedragen. Sinds de 13e eeuw: titel van een ambtenaar, die als vertegenwoordiger van den graaf, hertog of bisschop belast is met de rechtspraak en het bestuur in ee...

Lees verder
1928
2021-09-22
Wat is dat?

Wat is dat? Encyclopedie voor jongeren (1938).

Drost

(of drossaert) was in vroeger tijd de naam van een hoveling, wiens bizondere taak het was, om bij de maaltijden van den koning den schotel vast te houden of in het algemeen voor de tafel te zorgen. In de Middeleeuwen veranderde de betrekking van den drost: hij oefende toen tezamen met schout en schepenen rechtspraak uit, in den regel tenminste voor...

Lees verder
1898
2021-09-22
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Drost

DROST, m. (-en), drossaard, baljuw, (alleen als historische term): de drost van Muiden, van Sallant, zie BALJUW; —AMBT, o. drossaard schap.

Lees verder