Wat is de betekenis van drieklank?

2019
2021-04-13
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

drieklank

drieklank - Zelfstandignaamwoord 1. (taalkunde) een foneem dat uit drie klinkers bestaat die binnen één lettergreep in elkaar overgaan In het Nederlands komen geen drieklanken voor. 2. (muziek) de samenklank van drie unieke tonen (gelijke tonen in andere octaven tellen niet mee), die zodan...

Lees verder
2002
2021-04-13
Lexicon voor de kunstvakken

Verklaringen van woorden die gebruikt worden in teksten over kunst.

drieklank

Drieklank is een samenklank van drie tonen (zie toon (2)), bestaande uit grondtoon, terts en kwint.

1981
2021-04-13
zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

Drieklank

akkoord bestaande uit drie tonen, b.v. c.e.g.: grondtoon, terts en kwint.

1973
2021-04-13
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

drieklank

m. (-en), 1. (muziek) een samenstelling van drie tonen: grondtoon, terts en kwint; 2. (vero.) vereniging van drie verschillende klinkers; het beschaafd Ned. heeft geen andere drieklank dan alleen iau in het tw. miauw. Men onderscheidt grote (grote terts, reine kwint), kleine (kleine terts, reine kwint), verminderde drieklank (kleine terts, vermind...

Lees verder
1962
2021-04-13
Muziek Encyclopedie

Geschreven door S. van Ameringen (1962)

drieklank

een samenklank die bestaat uit een grondtoon, een terts en een kwint. De drieklanken worden onderscheiden in consonante (de grote en de kleine) en dissonante (de verminderde, overmatige, hard verminderde en dubbel verminderde) drieklanken.

1950
2021-04-13
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Drieklank

m. (-en), 1. (muz.) akkoord v. drie tonen v. een octaaf, inz. van grondtoon, terts en quint; benevens de akkoorden die door omkering hieruit gevormd kunnen worden; 2. (taalk.) (veroud.) vereniging van drie verschillende klinkers; het beschaafde Nederlandse heeft geen andere drieklank dan alleen iau in het tussenw. miauw.

Lees verder
1949
2021-04-13
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Drieklank

(muz.), accoord van die tonen, welke (in beginsel) telkens een terts hoger liggen. Men heeft ,,grote-terts”-accoorden (grote + kleine terts), ,,kleine terts”-accoorden (kleine+grote terts), voorts de verminderde (kleine + kleine t.) en overmatige accoorden (grote + grote t.).

1916
2021-04-13
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Drieklank

Drieklank - De eenvoudigste Harmonie of Akkoord; samenstelling van drie tonen: grondtoon, terts en kwint. De d., gevormd op de le, 5e en 4e tonen van de toonladder, bevatten met elkander alle tonen van die toonl., en zijn daarom het eenvoudigste en meest afdoende middel om de tonaliteit vast te stellen. Deze waarheid leidde Hugo Riemann tot de opst...

Lees verder
1898
2021-04-13
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Drieklank

DRIEKLANK, m. (-en), (muz.) akkoord van grondtoon, terts en quint; benevens de accoorden die door omkeering hieruit gevormd kunnen worden; — (taalk.), (veroud.) eene veieeniging van drie verschillende klinkers: oei, ieu. (Deze worden nu als tweeklanken beschouwd. Het beschaafde Nederlandsch heeft geene andere drieklanken, dan alleen iaau in h...

Lees verder
1870
2021-04-13
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Drieklank

Drieklank is in de muziek ieder uit drie toonen bestaand accoord; de volkomen consonérende of harmonische drieklank in het bijzonder is de verbinding van den grondtoon met zijn terts en zijn quint. Hij heet groote of harde drieklank (duraceoord), als de terts groot en de quint rein is; klein of week (mol-accoord), als de quint wel is waar ook rein,...

Lees verder