Wat is de betekenis van doubleren?

2019
2021-09-23
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

doubleren

doubleren - Werkwoord 1. (onderwijs) (een leerjaar) nogmaals doorlopen, blijven zitten 2. (spel) de inzet verdubbelen 3. (kleding) voeren (voering aanbrengen) Woordherkomst afgeleid van het Franse doubler (met het achtervoegsel -eren) Verwante begrippen tripleren

Lees verder
2018
2021-09-23
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

doubleren

doubleren - regelmatig werkwoord uitspraak: dou-ble-ren 1. blijven zitten ♢ hij heeft op de basisschool een keer gedoubleerd Regelmatig werkwoord: dou-ble-ren ik doubleer jij/u doubleert...

Lees verder
2017
2021-09-23
Marc De Coster

Auteur van o.a. Het Groot Scheldwoordenboek

Doubleren

Doubleren - het tijdelijk innemen van de rol van een andere speler; een dubbele rol spelen.

2004
2021-09-23
Kunst ABC

meer dan 1000 termen

Doubleren

Zie bedoeken.

1998
2021-09-23
drs. Toine van Hoof

AUTEUR VAN HET BRIDGE WOORDENBOEK - "BRIDGE OPZOEKBOEK" (UITGAVE 1998)

doubleren

Een doublet geven. Spreektaalvarianten: aanhouden, bellen, dubbelen, grijpen, kraken, meenemen, het mes erin zetten, nokken, opblazen, op de plank leggen, opknopen, oppakken, rossen, (het contract) van een bandje/strikje voorzien.

Lees verder
1994
2021-09-23
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Doubleren

[Fr. doubler, van Lat. duplicare = dubbelvouwen, van duo = twee, en plicare = vouwen] 1 (alg.) verdubbelen, spec. inzet bij spel (bijv. bij bridge aankondigen dat de verlies- of winstpunten dubbel zullen tellen); 2 samen optreden met, verbinden met (bijv.: eigenbelang gedoub...

Lees verder
1993
2021-09-23
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Doubleren

blijven zitten; verdubbelen; een dubbelrol hebben in een toneelstuk; (kleding) van een voering voorzien

1973
2021-09-23
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Doubleren

[Fr.] (doubleerde, heeft gedoubleerd), 1. (bridge) een doublet bieden, contreren; verbinden (met); samen optreden (met); 2. (biljarten) een bal doubleren, hem met zijn bal zo voortdrijven dat hij de band raakt alvorens te caramboleren of in de zak te komen; 3. een jas doubleren, voeren; 4. (toneel) een dubbel emplooi hebben; de rol van een ander...

Lees verder
1955
2021-09-23
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Doubleren

verdubbelen; van voering voorzien; in het biljartspel: overhalen; omzeilen; een klas herhalen.

1950
2021-09-23
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Doubléren

1. (doubleerde, heeft gedoubleerd), (<Fr.), verdubbelen, inz. de inzet bij het spel; 2. (bilj.) een bal doubleren, hem met zijn bal zo voortdrijven dat hij de band raakt alvorens te caramboleren of in de zak te komen; 3. een jas doubleren, voeren; 4. (ton.) een dubbel emplooi hebben; 5. (zeew.) een kaap doubleren, omzeile...

Lees verder
1948
2021-09-23
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

doubleren

verdubbelen; van een voering or opnaaisel voorzien; overhalen, door overhalen maken; (bij het toneel:) in een stuk twee verschillende rollen te spelen hebben; een klas voor de tweede maal doorlopen.

1939
2021-09-23
Vreemde woorden in de wiskunde

Dr. E.J. Dijksterhuis - 1939

Doubleren

(< Fr. doublet). Lett. verdubbelen. Math. Methode van invoering van negatieve gehele getallen, waarbij men deze definieert als symbolen —a, waarin a een natuurlijk getal voorstelt.

Lees verder