2019-12-05

doch

doch - Voegwoord 1. echter, maar Hij was geen edel mens, doch een schoft. De heer Olivier B. Bommel eet meestal een eenvoudige, doch voedzame maaltijd.

2019-12-05

doch

doch - voegwoord 1. geeft een tegenstelling aan ♢ hij is lastig doch interessant Voegwoord: doch Synoniemen daarentegen, echter, evenwel, maar, nochtans

2019-12-05

Doch

DOCH. vw. van het beperk, tegenst. zinsverband; ik heb hem genoeg gewaarschuwd, doch hij heeft niet willen luisteren, (doch is deftiger dan maar en legt meer nadruk op de tegenstelling). Vgl. nog ’t voegw. bw. toch.

2019-12-05

Doch

Vestingstad in de nabijheid van Jericho, waarin de Mach. Simon, Mathathias en Judas vermoord werden (1 Mac. 16.15). "Ain Doek. Hier werd in 1921 een oude Joodsche synagoge blootgelegd (vgl. Rev. Bibl., 1921 en 1929).

2019-12-05

Doch

zie Dan.