Wat is de betekenis van Dochter?

2020
2022-08-11
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

dochter

vrouwelijk kind van iemand. vrouwelijk kind van iemand. Voorbeelden: Bovendien vonden de meeste dochters het over het algemeen juist wel prettig om hulp en zorg te geven aan ouders en schoonouders. Het gaf hun voldoening en het gevoel iets terug te kunnen doen voor de ouders. De term 'sandwichgeneratie' klopt dus niet. Er z...

Lees verder
2019
2022-08-11
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

dochter

dochter - Zelfstandignaamwoord 1. (familie) een vrouwelijk kind Woordherkomst afkomstig van: Middelnederlands: dochter Oudernederlands: dohter Germaans: *duhtēr Indo-Europees: *dʰugh₂tḗr Verwante begrippen zoon

Lees verder
2018
2022-08-11
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

dochter

dochter - zelfstandig naamwoord uitspraak: doch-ter 1. vrouwelijk kind van iemand ♢ je bent een echte dochter van je moeder! Zelfstandig naamwoord: doch-ter de dochter de dochters...

Lees verder
1998
2022-08-11
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Dochter

je -s zijn hoeren schertsend antwoord op iemands gezegde ‘ik dochter (ik meende). Al bij Harrebomée.

Lees verder
1990
2022-08-11
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

dochter

dochter - Vrouwelijk nageslacht.

1973
2022-08-11
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Dochter

v. (-s, -en), kind van het vrouwelijk geslacht met betrekking tot de ouders: bevallen van een welgeschapen dochter; ik zal mijn dochtertje naar school brengen; een aangetrouwde dochter, schoondochter; zij is haar vaders dochter, aardt sterk naar haarvader; de dochteren Israëls, maagden en vrouwen van het Israëlitische volk; oneig. met bet...

Lees verder
1952
2022-08-11
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Dochter

s., dochter; ongehuwde —, famme(n)sbern (it); -tje, famke (it).

1950
2022-08-11
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Dochter

v. (-s), 1. kind van het vrouwelijk geslacht met betrekking tot de ouders : bevallen van een welgeschapen dochter; ik zal mijn dochtertje naar school brengen; hij heeft twee huwbare dochters ; — een aangetrouwde dochter, schoondochter ; — zij is haar vaders dochter, aardt sterk naar haar vader; —...

Lees verder
1937
2022-08-11
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

dochter

v. -s, dochtertje (vrouwelijk kind; jonge, vrouwelijke persoon; Z. -N. jong meisje, ongehuwde vrouw): jonge -, jonge, ongehuwde vrouw; de -s van Eva, de vrouwen.

1898
2022-08-11
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Dochter

DOCHTER, v. (-s), kind van het vrouwelijk geslacht (steeds met betrekking tot de ouders): bevallen van eene welgeschapen dochter; — meisje beneden 10 à 12 jaar ongeveer: ik zal mijn dochtertje naar school brengen; vooral van groote meisjes met zijne dochter op reis gaan; zijne dochter uithuwelijken; eene huwbare dochter; — jonge...

Lees verder
1573
2022-08-11
Etymologicum 1573

Kiliaans Etymologicum Teutonicae Linguae

Dochter

Filia, nata. germ. tochter: ang. doughter. Dochterken. Filiola.

Lees verder