Wat is de betekenis van dicteren?

2018
2021-09-19
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

dicteren

dicteren - regelmatig werkwoord uitspraak: dic-te-ren 1. het zeggen, zodat iemand anders het op kan schrijven ♢ de directeur dicteerde de secretaresse een brief Regelmatig werkwoord: dic-te-ren ik dicteer ...

Lees verder
1994
2021-09-19
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Dicteren

[v. Lat. dictare, dictatum, frequentatief van dicere = zeggen] 1 voorlezen of voorzeggen wat iem. moet opschrijven; 2 voorschrijven; voorwaarden opleggen.

Lees verder
1993
2021-09-19
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Dicteren

(dikteren) voorlezen ter naschrijving; voorschrijven

1973
2021-09-19
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Dicteren

[Lat.] (dicteerde, heeft gedicteerd), 1. voorzeggen wat een ander moet opschrijven; in de pen geven; ingeven; 2. voorschrijven: door de omstandigheden gedicteerd; een vrede dicteren, de vredesvoorwaarden opleggen zonder erover te onderhandelen.

Lees verder
1955
2021-09-19
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Dicteren

voorzeggen, in de pen geven; opleggen, toewijzen (bijv. een straf).

1952
2021-09-19
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Dicteren

v., diktearje.

1950
2021-09-19
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Dicteren

(dicteerde, heeft gedicteerd), (<Fr.Lat.), 1. voorzeggen wat een ander moet opschrijven; (bij uitbr.) in de pen geven; ingeven; 2. voorschrijven : door de omstandigheden gedicteerd; — een vrede dicteren, de vredesvoorwaarden opleggen zonder er over te onderhandelen.

Lees verder
1948
2021-09-19
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

dicteren

voorzeggen ter naschrijving; in de pen geven; (ook:) opleggen, toewijzen, bv. een straf.

Lees verder