Wat is de betekenis van danig?

2019
2021-01-23
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

danig

danig - Bijvoeglijk naamwoord 1. in aanmerkelijke mate, buitengewoon     ♢ De verkoop liet een danige teruggang zien. danig - Bijwoord 1. in aanzienlijke mate     ♢ Hij was danig geschrokken van de verkoopcijfers. Synoniemen erg, flink

Lees verder
2018
2021-01-23
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

danig

danig - bijwoord uitspraak: da-nig 1. erg, zeer ♢ ik heb me danig in haar vergist Bijwoord: da-nig Synoniemen rijkelijk

Lees verder
1980
2021-01-23
Van aalmoes tot zwijntjesjager

Geschreven door Dr. E. Schröder, 1980

Danig

Het woord danig wordt gebezigd in de betekenis: geducht, flink, in hoge mate. Men zegt bijvoorbeeld: ik heb mij danig verveeld, ik heb hem danig de waarheid gezegd, ik was danig geschrokken. Dit woord danig is niets als een afkorting van zodanig of dusdanig die beide betekenen: in die mate, zo. Het zijn samenstellingen met het voltooide deelwoord v...

Lees verder
1973
2021-01-23
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

danig

1. bn., duchtig, zeer groot: ik heb een danige honger; 2. bw., buitengemeen, zeer: hij heeft zich vergist, verveeld; ik heb hem de waarheid gezegd, flink, geducht.

1950
2021-01-23
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Danig

1. bn., duchtig, zeer groot: ik heb een danige honger; 2. bw., buitengemeen, zeer : hij heeft zich danig bedrogen, verveeld; — ik heb hem danig de waarheid gezegd, flink, geducht.

Lees verder
1898
2021-01-23
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Danig

DANIG, bn. bw. zeer groot: ik heb een danigen honger; — buitengemeen, zeer hij heeft zich danig bedrogen, verveeld; — ik heb hem danig de waarheid gezegd, flink; — (Z. A.) zij zijn danig met elkaar, zeer vertrouwelijk, zeer intiem.

Lees verder