Wat is de betekenis van controleur?

2020
2022-10-02
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

controleur

iemand die als beroep controleert. iemand die voor zijn beroep, meestal in dienst van de overheid maar soms ook in dienst van een bedrijf, bepaalde zaken controleert en rapporteert, zoals belastingbetaling, de veesector, spijbelen, parkeren, het in dienst nemen van illegale arbeiders, dopinggebruik, alcoholgebruik in het verkeer, misbruik va...

Lees verder
2019
2022-10-02
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

controleur

controleur - Zelfstandignaamwoord 1. (beroep) iemand die belast is met de controle Woordherkomst Naamwoord van handeling van controleren met het achtervoegsel -eur (met het voorvoegsel con-) Synoniemen inspecteur Verwante begrippen controle, controleren

Lees verder
2018
2022-10-02
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

controleur

controleur - zelfstandig naamwoord uitspraak: con-tro-leur 1. iemand die kijkt of het in orde is ♢ de controleur kwam het bouwwerk inspecteren Zelfstandig naamwoord: con-tro-leur de controleur ...

Lees verder
1994
2022-10-02
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Controleur

[Fr. contrôleur] wie officieel toezicht houdt; (in vroeger Ned. Oost-Indië) bep. bestuursambtenaar.

1994
2022-10-02
Lexicon Nederland en België

Lexicon van de geschiedenis van Nederland & België

Controleur

Controleur, in Nederlands-Indië een ambtenaar van het Binnenlands Bestuur, die een (assistent-)resident assisteerde (op Java en Madura) of een onderafdeling beheerde (in de buitengewesten). De controleur-kota was op Java de controleur wiens standplaats de hoofdplaats (Kota) was van een gewest of van een afdeling. Op de buitengewesten was hij de con...

Lees verder
1990
2022-10-02
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

controleur

controleur - Personen die controleren of een product of dienst voldoet aan de vereiste normen.

1981
2022-10-02
Geschiedenis Lexicon

H.W.J. Volmuller (1981)

Controleur

in het vm. Ned.-Indië een ambtenaar van het Binnenlands Bestuur, die een (assistent)resident assisteerde (op Java en Madura) of een onderafdeling beheerde (op de Buitenbezittingen). De controleur-kota was op Java de controleur, wiens standplaats de hoofdplaats (Kota) was van een gewest of van een afdeling; op de Buitenbezittingen de controleur...

Lees verder
1973
2022-10-02
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Controleur

[Fr.], m. (-s), 1. ambtenaar, beambte belast met controle; 2. een ambtenaar van het Binnenlands Bestuur in het vm. Ned.Indië, die een (assistent)resident assisteerde; 3. toestel voor controle.

Lees verder
1955
2022-10-02
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Controleur

ambtenaar belast met controle.

1952
2022-10-02
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Controleur

s., kontroleur.

1950
2022-10-02
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Controleur

(Fr.), m. (-s, -en), 1. ambtenaar, beambte belast met contrôle: controleur bij de trams, treinen, die toezicht houdt op de plaatsbewijzen. 2. ambtenaar van bepaalde rang bij het B.B. in Indië. 3. (Zuidn.) ambtenaar van bepaalde rang, onderinspecteur, bij het Ministerie van Geldwezen. 4. toestel voor contrôle.

Lees verder
1948
2022-10-02
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

controleur

(Fr.) m. toeziener, ambtenaar, belast met het toezicht, met het houden van het tegenboek der belastingkantoren enz.; fig. alles nagaande dwarskijker; (ook:) O.-I. ambtenaar onder de assistent-resident.

1937
2022-10-02
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

controleur

m. -s (Fr. ambtenaar, die toezicht houdt op de werkzaamheden van andere ambtenaren inz. door middel van een tegen- of dubbelboek enz.; fig. dwarskijker; O.-I. lagere ambtenaar bij het binnenlands bestuur onder den assistent-resident): een - bij het kadaster; de - der belastingen.

1933
2022-10-02
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Controleur

o/d Buitenbezittingen in N.O.-I. hoofd v/h plaatselijk bestuur.

1916
2022-10-02
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Controleur

Controleur - (natuurk.), een hevelbarometer, zoodanig ingericht, dat kleine veranderingen in de drukking der lucht, welke bij gewone barometers slechts onmerkbare veranderingen van de lengte der kwikkolom te weeg brengen, en daardoor moeilijk kunnen worden afgelezen, zeer duidelijk zichtbaar worden. Hij bestaat uit eene hevelvormige buis, waarvan h...

Lees verder
1914
2022-10-02
De vreemde woorden

De vreemde woorden, verklarend woordenboek door Fokko Bos.

controleur

controleur, - m., ambtenaar bij de belastingen, die toezicht houdt op andere ambtenaren; OostIndisch ambtenaar; ook: tegenspreker, vitter.

1910
2022-10-02
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Controleur

Controleur - degeen, die het tweede register houdt, iemand, die bij openbare en ook bij particuliere instellingen van groote uitgebreidheid van wege openbare instellingen, gemeentebedrijven, belastingen enz. toezicht houdt. Bij uitbreiding dus: iemand die moet nagaan, of iets in orde is, of op de juiste wijze geschiedt.

Lees verder
1908
2022-10-02
Vivat

Schrijver op Ensie

Controleur

(natuurk.) Een hevelbarometer, zoodanig ingericht, dat kleine veranderingen in de drukking der lucht, welke bij gewone barometers slechts onmerkbare veranderingen van de lengte der kwikkolom te weeg brengen, en daardoor moeielijk kunnen worden afgelezen, zeer duidelijk zichtbaar worden. Hij bestaat uit eene hevel vormige buis, waarvan het eene verw...

Lees verder
1906
2022-10-02
wink

Wink's vreemde woordenboek

Controleur

die controleert; Indische ambtenaarsrang.

1898
2022-10-02
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Controleur

CONTROLEUR, m. (-s, -en), ambtenaar, beambte die het beheer of de werkzaamheden van anderen nagaat; — (inz.) ambtenaar van bepaalden rang bij het B. B. in Indië; controleur bij de trams, treinen, die toezicht houdt op de plaatsbewijzen.

Lees verder