Wat is de betekenis van controleur?

2020
2020-11-29
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

controleur

iemand die als beroep controleert. iemand die voor zijn beroep, meestal in dienst van de overheid maar soms ook in dienst van een bedrijf, bepaalde zaken controleert en rapporteert, zoals belastingbetaling, de veesector, spijbelen, parkeren, het in dienst nemen van illegale arbeiders, dopinggebruik, alcoholgebruik in het verkeer, misbruik va...

Lees verder
2019
2020-11-29
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

controleur

controleur - Zelfstandignaamwoord 1. (beroep) iemand die belast is met de controle Woordherkomst Naamwoord van handeling van controleren met het achtervoegsel -eur (met het voorvoegsel con-) Synoniemen inspecteur Verwante begrippen controle, controleren

Lees verder
2018
2020-11-29
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

controleur

controleur - zelfstandig naamwoord uitspraak: con-tro-leur 1. iemand die kijkt of het in orde is ♢ de controleur kwam het bouwwerk inspecteren Zelfstandig naamwoord: con-tro-leur de controleur ...

Lees verder
1994
2020-11-29
Lexicon Nederland en België

Lexicon van de geschiedenis van Nederland & België

Controleur

Controleur, in Nederlands-Indië een ambtenaar van het Binnenlands Bestuur, die een (assistent-)resident assisteerde (op Java en Madura) of een onderafdeling beheerde (in de buitengewesten). De controleur-kota was op Java de controleur wiens standplaats de hoofdplaats (Kota) was van een gewest of van een afdeling. Op de buitengewesten was hij de con...

Lees verder
1990
2020-11-29
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

controleur

controleur - Personen die controleren of een product of dienst voldoet aan de vereiste normen.

1981
2020-11-29
Geschiedenis Lexicon

H.W.J. Volmuller (1981)

Controleur

in het vm. Ned.-Indië een ambtenaar van het Binnenlands Bestuur, die een (assistent)resident assisteerde (op Java en Madura) of een onderafdeling beheerde (op de Buitenbezittingen). De controleur-kota was op Java de controleur, wiens standplaats de hoofdplaats (Kota) was van een gewest of van een afdeling; op de Buitenbezittingen de controleur...

Lees verder
1948
2020-11-29
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

controleur

(Fr.) m. toeziener, ambtenaar, belast met het toezicht, met het houden van het tegenboek der belastingkantoren enz.; fig. alles nagaande dwarskijker; (ook:) O.-I. ambtenaar onder de assistent-resident.

1916
2020-11-29
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Controleur

Controleur - (natuurk.), een hevelbarometer, zoodanig ingericht, dat kleine veranderingen in de drukking der lucht, welke bij gewone barometers slechts onmerkbare veranderingen van de lengte der kwikkolom te weeg brengen, en daardoor moeilijk kunnen worden afgelezen, zeer duidelijk zichtbaar worden. Hij bestaat uit eene hevelvormige buis, waarvan h...

Lees verder
1914
2020-11-29
De vreemde woorden

De vreemde woorden, verklarend woordenboek door Fokko Bos.

controleur

controleur, - m., ambtenaar bij de belastingen, die toezicht houdt op andere ambtenaren; OostIndisch ambtenaar; ook: tegenspreker, vitter.

1910
2020-11-29
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Controleur

Controleur - degeen, die het tweede register houdt, iemand, die bij openbare en ook bij particuliere instellingen van groote uitgebreidheid van wege openbare instellingen, gemeentebedrijven, belastingen enz. toezicht houdt. Bij uitbreiding dus: iemand die moet nagaan, of iets in orde is, of op de juiste wijze geschiedt.

Lees verder
1898
2020-11-29
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Controleur

CONTROLEUR, m. (-s, -en), ambtenaar, beambte die het beheer of de werkzaamheden van anderen nagaat; — (inz.) ambtenaar van bepaalden rang bij het B. B. in Indië; controleur bij de trams, treinen, die toezicht houdt op de plaatsbewijzen.

Lees verder
1870
2020-11-29
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Controleur

Controleur is de naam van een zeer gevoeligen hevelbarometer, door Christiaan Huyghens uitgevonden. Hij vulde het bovenste of ledige gedeelte van het korte, dikke been van een gewonen hevelbarometer (zie onder Barometer) bij den hoogsten barometerstand met gekleurden voorloop en plaatste daarboven een zeer dun glazen buisje, dat naar behooren van e...

Lees verder
1864
2020-11-29
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

controleur

controleur - m (controleurs), ambtenaar met zeker toezicht belast (bij belastingen enz.); (nat.) hevelbarometer