Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

controleur

betekenis & definitie

controleur - zelfstandig naamwoord
uitspraak: con-tro-leur

1. iemand die kijkt of het in orde is
♢ de controleur kwam het bouwwerk inspecteren

Zelfstandig naamwoord: con-tro-leur
de controleur
de controleurs
het controleurtje