Synoniemen van Coach

2019-10-21

Coach

Een coach begeleidt en ondersteunt het ontwikkelingsproces van individuen en/of teams. Een coach richt zich op het vergroten van de effectiviteit van het individu en/of het team. De coach doet dit door bewustwording, het vergroten van zelfvertrouwen en het exploreren, ontwikkelen en toepassen van eigen mogelijkheden. Een coach richt zich vaak op een of meerdere deelgebieden zoals bijvoorbeeld leiderschap, loopbaan, persoonlijke ontwikkeling of ondernemerschap.

2019-10-21

coach

Het begrip coach heeft 5 verschillende betekenissen: 1) autobus die is ingericht op vervoer over langere afstanden; reisbus; touringcar 2) iemand die mensen begeleidt die op sociaal-maatschappelijk gebied hulp nodig hebben; hulpverlener in de geestelijke gezondheidszorg die laagdrempelige hulp biedt inzake persoonlijkheidsontwikkeling en het oplossen van problemen of begeleiding van leerlingen in het onderwijs of van werknemers in een bedrijf; begeleider 3) iemand die voor zijn beroep of ook wel...

2019-10-21

coach

→ wielercoach

2019-10-21

Coach

Coach - (Eng.) trainer.

2019-10-21

coach

(de; -es) 1 SP - vaste begeleider van een sportploeg of sportbeoefenaar, die vaak tevens eindverantwoordelijk is voor het trainingsschema en de wedstrijdstrategie. 2 sp - begeleider, adviseur, helper. • Niet elke trainer is een coach, en omgekeerd ook niet. In gymland wordt vaak gewerkt met een mental coach, want het verschil tussen slagen en falen in een wedstrijd of in je gymcarrière hangt voor een groot deel af van wat er tussen de oren gebeurt. Het fysieke kunstje kan in feite iedereen m...

2019-10-21

coach

(de; -es) 1 -(golf)professional die de vaste begeleider is van een golfteam of individuele golfer, en die ook verantwoordelijk is voor de trainingsschema’s, de training van de swing en de wedstrijdstrategie, syn. golfcoach. 2 - golfleraar die spelers lessen geeft, (professioneel) begeleidt en voorbereidt op wedstrijden, syn. golfcoach. → teaching pro, clubpro

2019-10-21

coach

coach - Zelfstandignaamwoord 1. (beroep) iemand die beroepsmatig mensen of dieren begeleidt teneinde hun prestaties te verbeteren Met Rinus Michels als coach won Nederland in 1988 het EK voetbal. 2. touringcar coach - Werkwoord 1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van coachen ♢ Ik coach 2. gebiedende wijs van coachen coach! 3. (bij...

2019-10-21

coach

coach - zelfstandig naamwoord uitspraak: kootsj 1. wie zegt wat er moet gebeuren ♢ de coach bepaalde wie op de bank moesten blijven zitten Zelfstandig naamwoord: kootsj de coach de coaches Synoniemen leider, leidinggevende, voorman

2019-10-21

coach

Politiek correcte benaming voor een overste; baas. Hiërarchie is tegenwoordig een vies begrip geworden. Een chef installeert zich nu, als coach, tussen zijn medewerkers. Het Engelse woord ‘coach’ klinkt minder autoritair en dus meer neutraal. De eigenlijke betekenis is die van koets, rijtuig. Daaruit ontstond het werkwoord ‘to coach’ (iemand in een koets helpen). Vandaar naar ‘begeleider’ is maar een kleine stap. Vgl. ook leidinggevende*. Na zeventien jaar is hij volledig geacclima...

2019-10-21

Coach

Coach - (Eng.), reiskoets. Wordt op concourship. gebruikt bij 4-spannen.

2019-10-21

coach

coach - [Eng.], m. (-es), 1. koets, met op een zwaar onderstel een kast voor vier passagiers waaraan voor en achter grote rechthoekige bagageruimten, en waarop vooraan een koetsiersbok en een plaats voor een passagier, bovendien een of meer passagiersbanken ©; 2. auto met tweedeurs gesloten carosserie voor minstens vier personen; 3. (sport) oefenmeester, trainer; 4. helper, repetitor; 5. autobus voor vervoer over lange afstand. © In Engeland verscheen in 1784 bij de instelling van...

2019-10-21

Coach

Coach - trainer van roeiploegen.

2019-10-21

coach

(kootsj) (Eng.) 1 rijtuig; 2 trainer.