Brommen
(bromde, heeft gebromd), 1. ben. voor het doffe, laag grommende, natuurlijke geluid van zekere dieren: de beer bromt; — van een bandeloze, tochtige koe: onrustig in de weide lopen, de horens in de grond steken en brullen; — het dof gonzend geluid van sommige insecten, zoals bijen, kevers en bromvliegen; vand. ook van vliegtuigen; &mdash...