Brandend
bn. bw., 1. heet, hitte afgevend als iets dat brandt: in de brandende zon lopen; een brandende hitte; het brandende hooiland, waar het brandendheet is; 2. oneig.: een brandende dorst, waardoor men gloeit; een brandende pijn, gloeiend; fig.: vurig: een brandend verlangen, ongeduld; een brandend verwijt,...