Wat is de betekenis van bouw?

2026-10-17
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Bouw

I. BOUW m., g....

2026-10-17
Nederlandse Voornamenbank

Meertens Instituut (2020)

Bouw

Zie Baue

2026-10-17
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

bouw

bouw - Zelfstandignaamwoord 1. het doen verrijzen van...

2026-10-17
Vastgoedmanagement

Willem G. Keeris (2018-2019)

Bouw

Bouw is de algemeen gehanteerde, niet gespecificeerde...

2026-10-17
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

bouw

bouw - zelfstandig naamwoord 1. de sector die zich met het...

2026-10-17
Brabants Handwoordenboek

Prof. dr. Jos Swanenberg (2015)

bouw

(zn) oogsttijd LC.

2026-10-17
Vlaams-Nederlands woordenboek

Peter Bakema (2003)

bouw

(de) gebouw.

2026-10-17
Woordenboek vreemde woorden

A. Kolsteren en Ewoud Sanders (1994)

Bouw

[Mal. bahoe] Ind....

2026-10-17
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks (1993)

Bouw

Indische oppervlaktemaat (ca. 71 are)

2026-10-17
Zuidnederlands Woordenboek

Walter De Clerck (1981)

bouw

Gebouw; ook in toep. op (zelfgebouwde) huizen: hij heeft...

2026-10-17
Voornamenboek

Dr. Johannes van der Schaar (1964)

Bouw

m -> Baue (Gron.).

2026-10-17
De vreemde woorden

Fokko Bos, Dr. O. Noordenbos (1955)

Bouw

landmaat in Indonesië, ruim 7000 m2.

2026-10-17
Agrarisch Encyclopedie

Veerman (1954)

Bouw

1. Met de verwante betekenissen van: het bouwland, de...

2026-10-17
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Bouw

s., bou.

‘bouw’ komt ook voor in deze premiumwerken

Bekijk het volledige resultaat via het betreffende premiumwerk.