bouw betekenis & definitie

bouw - zelfstandig naamwoord

1. de sector die zich met het bouwen bezighoudt
hij werkt in de bouw
2. de manier waarop iets in elkaar zit
♢ de bouw van die toren is erg ingewikkeld

Zelfstandig naamwoord: bouw
de bouw

Synoniemen
constructie