Wat is de betekenis van Bidden?

2020
2022-01-22
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

bidden

(1914) (sold. en euf.) vloeken. • Bidden: vloeken. (Jac. van Ginneken: Handboek der Nederlandsche taal. Deel II. De sociologische structuur onzer taal II. 1914. Soldatentaal)

Lees verder
2019
2022-01-22
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

bidden

bidden - Werkwoord 1. (inerg) in gebed zijn, een godheid iets vragen Voor het slapen bid ik altijd mijn avondgebed. 2. (inerg) dringend iets vragen, smeken Ik heb gesmeekt en gebeden bij de gemeente om eindelijk eens die gevaarlijke spoorwegovergang te sl...

Lees verder
2018
2022-01-22
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

bidden

bidden - onregelmatig werkwoord uitspraak: bid-den 1. praten met God ♢ voor het eten wordt altijd gebeden 2. iets dringend vragen ♢ ze bidden om vrede Onregelmatig werkwoord: b...

Lees verder
2017
2022-01-22
Jannes H Mulder

Schrijver op Ensie

Bidden

Bidden is contact met Hogere Machten zoeken. De praktijk van het bidden bestaat uit vast omschreven herhaalde handelingen waarbinnen het contact met God en communicatie met Hogere Machten centraal staan. Het doel is dichter bij God te komen en om hulp of bijstand in te roepen, vergeving te vragen of dank te zeggen. Tijdens het tafel- en avondgebed...

Lees verder
2017
2022-01-22
Soldaten

Jargon & Slang van Soldaten

Bidden

Bidden - ironische term voor vloeken. Vgl. achteruitbidden.

1973
2022-01-22
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Bidden

(bad, heeft gebeden), 1. hardop of voor zichzelf spreken tot God of wie men als goddelijk vereert, hetzij om te loven, te danken of om hulp en steun af te smeken: tot God bidden voor de verdrukten; voor het eten -; abs.: werk en bid; het onze vader bidden; de rozenkrans bidden, zoveel gebeden zeggen als aangewezen worden door het aantal van de op e...

Lees verder
1952
2022-01-22
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Bidden

v., bidde, de hannen gearnimme, geardwaen, hângearje, efkes stil wêze; (van roofvogels), wikelje.

1950
2022-01-22
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Bidden

(bad, heeft gebeden), 1. luidop of voor zichzelf spreken tot God of wie men als goddelijk vereert, hetzij om te loven, te danken of om hulp en steun af te smeken (in ’t bijz. het laatste): tot God bidden; bidden om regen ; bidden voor de verdrukten ; voor het eten bidden; absol.: werk en bid ; — het morgen-, avondgebed, het Onze Vader b...

Lees verder
1937
2022-01-22
Koenen

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

bidden

bad, h. gebeden (1 een gebed doen tot God; 2 zich met een min of meer dringend verzoek richten tot een mens): 1. (tot) God zijn avondgebed bidden; bidden om kracht; bidden en werken; waakt en bidt; Nood leert bidden; 2. na lang bidden en smeken; wat (of: als) ik u bidden mag, verzoeken; ga weg, bid ik u! zich laten bidden.

Lees verder
1933
2022-01-22
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Bidden

Bidden - → Gebed.

1926
2022-01-22
Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Bidden

Het wezen des gebeds is door Ursinus duidelijk beschreven in deze woorden: „Het gebed is de aanroeping van den waren God, die voortkomt uit de erkentenis en het gevoel onzer behoefte en uit het verlangen naar de goddelijke weldadigheid, in waarachtige bekeering des harten en in het vertrouwen op de belofte der genade om den wille van den Midd...

Lees verder
1916
2022-01-22
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Bidden

Bidden - zie GEBED.

1898
2022-01-22
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Bidden

BIDDEN, (bad, heeft gebeden), zich met een gebed richten tot God voor het eten bidden; werk en bid; het morgen-, avondgebed, het Onze Vader bidden; den rozenkrans bidden, (R.-K.) zooveel gebeden zeggen als aangewezen wordt door het getal der op een koord geregen bolletjes of kralen; — dringend verzoeken, smeeken ik bid u; iem. om iets bidden;...

Lees verder
1898
2022-01-22
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Bidden

zie Aanroepen.