Wat is de betekenis van Ben?

2020
2021-09-22
Meertens Instituut

Nederlandse Voornamenbank

Ben

Eenstammige verkorting van namen met bern- 'beer', voornamelijk van Bernhard, met reductie van de r. Ben komt echter ook voor als verkorting van Benjamin en Benedictus. De 'Big Ben' werd genoemd naar Sir Benjamin Hall, onder wiens supervisie de klok gegoten werd.

Lees verder
2019
2021-09-22
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

Ben

Ben - Eigennaam 1. (mannelijke naam) jongensnaam

Lees verder
1973
2021-09-22
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Ben

[Hebr., zoon; mv. banim], in het Hebreeuws aanduiding van de afstamming: zoon van.

1973
2021-09-22
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

ben

[Hebr., zoon; mv. banim], in het Hebreeuws aanduiding van de afstamming: zoon van.

1952
2021-09-22
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Ben

s., bin (de & it).

1950
2021-09-22
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Ben

I. v. (-nen), tenen mand, gewoonlijk smal en hoog, o.a. voor fruit en vis; — (spr.) door de ben vallen, door de mand vallen. II. jongensnaam, verkorting van Benjamin.

Lees verder
1933
2021-09-22
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Ben

1) Hebreeuwsch — zoon; 2) teenen mandje; 3) Keltisch = bergtop.

Lees verder
1928
2021-09-22
Wat is dat?

Wat is dat? Encyclopedie voor jongeren (1938).

Ben

is een Hebreeuws woord, dat „zoon” betekent. In veel oude namen zul je het tegenkomen, zoals b.v. Ben-Ali, een Arabische naam, die feitelijk betekent: de zoon van Ali. Wie kent niet het bekende boek Ben-Hur, waarin de romantische lotgevallen worden verhaald van een jongen man ten dage van de eerste Christenen. Die gewoonte, om in den n...

Lees verder
1916
2021-09-22
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Ben

Ben - 1) Hebr. woord, dat eigenl. „zoon” beteekent (meervoud: bené), maar ook gebruikt wordt om een meer algemeen verband tusschen twee dingen uit te drukken: „Abraham was een zoon van 100 jaar” wil zeggen „A. was 100 j. oud”; „de zoon van Gadi” = misschien „de bewoner van Baäl-gad*”; „menschenkind” (b.v. in de profetieën van Eze chiël) = „me...

Lees verder
1898
2021-09-22
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Ben

BEN, v. (-nen), BENNE, v. (-n), teenen fruitmandje, gewoonlijk smal en hoog; — (spr.) door de ben vallen, door de mand vallen, bekennen.

Lees verder